Zoekresultaat: 40 artikelen

x
Jaar 2009 x

Ken Setiawan
Ken Setiawan is als promovenda verbonden aan het Van Vollenhoven Instituut, Universiteit Leiden. Zij schrijft een proefschrift over de Nationale Mensenrechten Commissies van Indonesie en Maleisie. In haar onderzoek bestudeert zij welke interne en externe factoren het functioneren, de legitimiteit en de doeltreffendheid van deze organisaties bepalen.
Artikel

Tenure security in de informele stad in Latijns Amerika

Wanneer recht en realiteit uit elkaar lopen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Jean-Louis van Gelder
SamenvattingAuteursinformatie

    By the end of 2007, the world’s urban population had outnumbered the amount of people living in rural areas. Urbanization is expected to increase strongly in the developing world over the coming years, most of it through informal ways of accessing land and housing. In the initiatives of governments and donor organizations to deal with these developments, the concept of tenure security features increasingly prominently. It is inter alia expected to encourage investment in housing improvement, facilitate access to public services such as gas, water and electricity and also to make formal credit available. There is, however, no consensus as to what tenure security exactly means or how it is to be established. In the present paper, development policy based on establishing tenure security through land titling is critically examined and with the emphasis on urban informality in Latin America, an alternative concept of tenure security is proposed.


Jean-Louis van Gelder
Jean-Louis van Gelder studeerde Arbeids- & Organisatiepsychologie en Nederlands Recht aan de Universiteit van Amsterdam. Beide achtergronden werden vervolgens gecombineerd in een dissertatie getiteld “The Law and Psychology of Land Tenure Security: Evidence from Buenos Aires”. Sinds maart 2009 is hij als onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Naast informaliteit liggen zijn onderzoeksinteresses op het gebied van Law & Development, rechtstheorie, risicoperceptie en –gedrag en de effectiviteit van voorwaardelijke straffen.
Artikel

Constitutioneel bewustzijn in Nederland:

Van burgerzin, burgerschap en de onzichtbare Grondwet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Barbara Oomen
SamenvattingAuteursinformatie

    Faced with increased individualization, debates on immigration and interna-tionalization, the Dutch government has recently appointed a Constitutional Review Commission to strengthen the Dutch constitution and enhance its social relevance. It is against this background that this article examines the place that the Dutch constitution currently holds in empirical and discursive understand-ings of citizenship in the Netherlands. From the vantage point of citizenship discourse, the interpretation of citizenship (burgerschap) in the Netherlands amongst policy-makers and the public at large hinges on civicness rather than on democratic citizenship, and departs from a strongly assimilationist perspec-tive: ‘burgerschap’ is essentially about participating in and adapting to the dominant culture. From the vantage point of the constitution, the current consti-tution’s main function is legal: constituting government powers and limiting their exercise. Legal scholars emphasize that the Dutch constitution hardly has a more symbolic or social role. These facts are contrasted with data from a representative survey under the Dutch adult population, which demonstrates how the Dutch hardly know anything about the contents of the constitution, but do have great confidence in the document, and consider it to be very important. Interestingly, respondents also emphasize the symbolic and societal function, in addition to the legal function of the constitution. This seems to point towards the possibility of an understanding of Dutch citizenship more firmly based upon the values embodied in the constitution.


Barbara Oomen
Barbara Oomenis docent rechten aan de Roosevelt Academy en is bij-zonder hoogleraar rechtspluralisme aan de Universiteit van Amsterdam. Haar belangstelling gaat uit naar rechtssociologische vraagstukken op het terrein van culturele diversiteit, constitutionalisme en de doorwerking van internationale mensenrechten. Zij is voorzitter van het Platform Mensenrechteneducatie, lid van de Commissie Mensenrechten van de Adviesraad Internationale Vraag-stukken en lid van de Staatscommissie Grondwet.

Freek Bruinsma
Freek Bruinsmais emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Univer-siteit Utrecht. Tijdens zijn intellectuele dienstreis heeft hij diverse typen van rechtspraak onderzocht en daarover gerapporteerd. Hij heeft zijn studie Poli-tieke wetenschappen en staatsrecht met (rechts)sociologie als bijvak weten te waarderen als een betere voorbereiding op rechtssociologie dan een monodisci-plinaire studie in het recht.
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

A.C. Hendriks

J.M. van der Most

    How to understand the disintegration of the Dutch Caribbean? The Kingdom of the Netherlands comprising three countries - the Netherlands, the Netherlands Antilles, and Aruba - will be reordered. The Netherlands Antilles will cease to exist as a separate country. Curaçao and Sint Maarten will acquire country status within the Kingdom of the Netherlands, just as Aruba did in 1986, though theirs will be of a different status and with less autonomy. The islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba, the so-called BES islands, will be integrated into the Netherlands as public authorities (openbare lichamen); as such the BES islands will be administered by the Netherlands while retaining local government functions (just as municipalities in the Netherlands).
    This article outlines the history behind these changes and the factors that are at play. However improbable the Dutch Caribbean hypothesis, the Kingdom facilitates a connection of these islands with the international world. Against all odds and populist opponents, the Dutch Caribbean is a challenge to square the circle, a complex pact, impossible to balance, which will never come to a definitive conclusion.


L. de Jong
Dr. Lammert de Jong is bestuurskundige en was tussen 1984 en 1998 geruime tijd Vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen. Hij werkt deze dagen aan een boek Being Dutch, more or less. True Dutch is not the issue, so what is? Oplevering jaarwisseling 2009/2010.
Artikel

De ontknoping van de nodale oriëntatie

Op zoek naar randvoorwaarden en kritische factoren

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2009
Auteurs A. van Sluis en V. Bekkers
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors try to analyze the prerequisites and critical factors for the successful implementation of a nodal orientation in law enforcement. Their analysis is based on an exploration of the exemplary case of the Dutch national airport Schiphol, one of the most important multi nodal and infrastructural nodes in the Netherlands, where transport by air, road and rail and streams of people and goods intersect. The authors reject naive instrumentalism that sometimes comes along with the nodal orientation. They discuss the possibilities and limitations of high tech, the stipulation of nodal security governance and the dilemma's with regard to the privacy of citizens. They advocate a balance between the need for safety and personal freedom, based on a dialogue in politics and in broader society, and more accountability in the application of high tech detection equipment.


A. van Sluis
Dr. Arie van Sluis is als universitair docent Bestuurskunde verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

V. Bekkers
Dr. Victor Bekkers is als hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Burgerparticipatie in lokale veiligheidsnetwerken

Over ‘nodale sturing’ en ‘verankerd pluralisme’

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2009
Auteurs R. van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    Safety and security are increasingly provided by public-private partnerships. In this respect, commentators claim that we are witnessing a shift from ‘government’ (a hierarchically organized state) to ‘governance’ (a hybrid network of organizations) in the fight against crime and disorder. Criminologist Clifford Shearing interprets interactions within hybrid - public and private - networks in terms of nodal governance, implying that state coordination of partnerships is not given a priori significance. The state is but one actor among many. Ian Loader and Neil Walker criticize his position, taking the diametrically opposed view that the state is indispensable for the democratic regulation of public-private networks (anchored pluralism). Despite this fundamental disagreement, the perspectives of Shearing and Loader and Walker share an appreciation of citizen participation in local safety networks. However, at least for the Netherlands, it is hardly imaginable how such participation could flourish without any state interference.


R. van Steden
Dr. Ronald van Steden is als onderzoeker verbonden aan de leerstoel Veiligheid & Burgerschap en als docent aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam

    Since the last decennium, the government has stopped being the only organizer and executor of issues of safety and security. After all, as a result of developments on a social, cultural, economical and geographical level, the way of coping with problems of danger and insecurity changed. These new developments and ways of coping can not be grasped in terms of a devaluation of government competence. Instead, new ways of governance came into existence, with their own dynamics and autonomy. In this contribution, we will elaborate on the concept of ‘Burgernet’, that is a hybrid network in which civilians, the police and the municipalities come together for tackling problems of insecurity. The concept of nodal governance will turn out to be a helpful tool in the analyses.


P. Van Calster
Dr. Patrick Van Calster is universitair hoofddocent aan het departement Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

M.B. Schuilenburg
Mr. drs. Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    This article focuses on the growing need internationally for accountability of the administration of justice. The CEPEJ report European judicial systems compares the judiciary in the member states of the Council of Europe showing how this justification takes place. Accounting for the administration of justice still involves a lot of attention for the input and the procedures, while accountability for the results is most important. New methods for measuring the experiences of users of the administration of justice are developing. This fits a trend in which hierarchic and internal accountability, for instance through appeal procedures, are becoming less important in favour of horizontal accountability towards stakeholders, colleagues and users of state services.


M. Barendrecht
Prof. mr. dr. Maurits Barendrecht is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

    In this article the author explores - on the basis of Mitchel Lasser's book Judicial deliberations - the possibilities of enlarging the legitimacy of the Dutch Cassation Court (Hoge Raad). After a broad theoretical analysis of several concepts of legitimacy he describes the societal position of de Hoge Raad as highest court vis-à-vis rivals, such as the European Courts, the Council of State (Raad van State) and the Council of the Judiciary (Raad voor de rechtspraak). He argues that the cassation institute has to innovate itself and suggest new ways of exerting judicial leadership.


N.J.H. Huls
Prof. mr. dr. Nick Huls is hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden. Tot 1 januari 2009 was hij programmaleider van het onderzoeksprogramma Rechtspleging van de EUR.

    The upsurge in the use of economic sanctions in the post-Cold War era has prompted much scholarly and policy debate over their effectiveness and humanitarian consequences. Remarkably little attention, however, has been devoted to their criminalizing consequences and legacy for the post-sanctions period. In this article, the author develops an analytical framework identifying and categorizing the potential criminalizing effects of sanctions across place (within and around the targeted country) and time (during and after the sanctions period). This framework is applied and evaluated through an in-depth examination of the case of Yugoslavia. For comparative leverage and to assess the applicability of the argument beyond the Yugoslavia case, the analysis is briefly extended to Croatia. The article suggests that sanctions can unintentionally contribute to the criminalization of the state, economy, and civil society of both the targeted country and its immediate neighbors, fostering a symbiosis between political leaders, organized crime, and transnational smuggling networks. This symbiosis, in turn, can persist beyond the lifting of sanctions, contributing to corruption and crime and undermining the rule of law.


Peter Andreas
Prof. Peter Andreas is als assistent-hoogleraar Internationale Betrekkingen verbonden aan de Brown University, Rhode Island, Providence, USA.

    The regulation regarding the law enforcement in the new construction of the Netherlands Antilles has to be adapted. The country of the Netherlands Antilles will be divided in three parts: two more or less autonomous countries (Curaçao and Sint Maarten) and the remaining islands (the third part) will fall directly under Dutch rule. In this article special attention is being paid to the law enforcement on the islands (and countries) Curaçao and Sint Maarten. Will it be possible (in the future) for the Dutch Minister of Justice to give guidelines or orders to the prosecution office based in Curaçao and Sint Maarten? It has been agreed that the countries of the Netherlands, Sint Maarten and Curaçao will consult regularly on prosecution policy in order to coordinate their actions. Also a new legal possibility is created for all three Ministers of Justice (including the Dutch minister) to give guidelines or orders to the prosecution, but in special cases only after approval of the Common Court of Justice.


H. de Doelder
Prof. mr. Hans de Doelder is als hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, tevens plaatsvervangend lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor de Nederlandse Antillen en Aruba.
Artikel

De ‘verwijtenroute’

Over de achtergronden van fraude en corruptie in het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2009
Auteurs P.C.M. Schotborgh-van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    The subjects fraud and corruption play an important role in the recent debate on the constitutional changes within the Netherlands Antilles and the ‘status aparte’ of Curaçao and Sint Maarten. The Netherlands and the various islands keep passing the blame on one another when it comes to fraud and corruption. It seems there is little willingness to look at the underlying causes or to express self-criticism. In this article an attempt is made to outline what is really going on in the field of fraud and corruption in the Caribbean part of the Kingdom. Several investigations on fraud and corruption committed by politicians in the past fifteen years will be addressed. Furthermore several socio-cultural, political and economic factors that play a role in causing fraud and corruption are being discussed. In this way the author hopes to contribute to a more constructive debate about the issue of fraud and corruption.


P.C.M. Schotborgh-van de Ven
Drs. Nelly Schotborgh-van de Ven is directeur van Forensic Services Caribbean N.V. te Curaçao en docent Criminologie aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Artikel

‘There is no justice, just us’

Hoe de overheid dierenextremisme in de hand werkt

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2009
Auteurs E. Eskens
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years the Dutch radical animal movement has manifested itself through arson, threats and destruction of property. This article describes the rise of the radical movement and its tendency towards violence. While the animal movement has its roots in nineteenth century romanticism, the anarchism of the sixties and the squatting movement of the eighties gave way to a more radical animal movement. The anti-establishment movement of the sixties turned against intensive farming. When the punk movement of the eighties freed itself from an overwhelming sense of doom, it gave rise to a new attitude, which rejected drugs, alcohol, and meat. The so-called Straight Edge Movement developed into one of the driving forces behind the recent animal related violence. Hiding behind the facade of the Animal Liberation Front the activists are strongly convinced that they have morality on their side while targeting farms, cattle trucks, and animal test facilities. Many animal activists feel that Dutch law as it is, does not protect animals in a sufficient way. Another problem is that animal laws are hardly being upheld. Inspections of farms, slaughterhouses and transportation vehicles are rare, prosecutors usually give no priority to animal cases, and judges and the rare judicial sentences are usually extremely mild. This leads radical activists to a conclusion that one of them wrote on a wall: ‘There is no justice, just us’.


E. Eskens
Drs. Erno Eskens studeerde filosofie en politicologie en is uitgever en bestuurslid van stichting Dier en Recht Nederland. Hij publiceerde onlangs het boek Democratie voor dieren (uitg. Contact).

    In the past few years, an increasing number of Private Security Companies (PSCs) - also sometimes referred to as Private Military Companies (PMCs) - have emerged offering and conducting anti-piracy services. These companies offer services in addition to security provided by states and their government agencies. PSCs are today hired to provide anti-piracy services in different parts of the world, but mostly in strategically important waterways where piracy is a serious security concern. This article examines the employment of PSCs in two such waterways, namely the Malacca Straits and the Gulf of Aden, and discusses the risks, challenges and benefits of privatising maritime security.


C. Liss
Carolin Liss is als onderzoeker verbonden aan het Asia Research Center van de Murdoch University in Perth, Australië.
Artikel

Mediation en strafrecht: een proces naast een proces

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Mediation, Strafrechtmediation, Bijzondere voorwaarde, Herstelbemiddeling
Auteurs Janny Dierx
SamenvattingAuteursinformatie

    Mediation met slachtoffer en dader kan een succesvolle interventie zijn in het kader van het strafproces. Zowel een verwijzing naar mediation als de afspraken die slachtoffer en dader hebben vastgelegd in een mediationovereenkomst kunnen door de rechter worden opgelegd als bijzondere voorwaarde. Door gebruik te maken van deze mogelijkheden kan de rechter een impuls geven aan de ontwikkeling van een court-connected systeem voor mediation. Nederland zou daarmee aansluiten bij de internationale opmars van toepassing van mediation als interventie in het strafrecht. In dit artikel worden een aantal uitgangspunten van court-connected strafrechtmediation uitgewerkt.


Janny Dierx
Janny Dierx is adviseur en mediator bij organisatieadviesbureau De Beuk.
Toont 1 - 20 van 40 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.