Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

‘Dat het uwe Majesteit moge behagen de innigste wensch van een uwer onderdanen te vervullen’

Gratieverzoeken van vrouwen in de Rijkswerkinrichting 1886-1907

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden female vagrants, Beggars, Reprieve, State Labor Institution
Auteurs Drs. Marian Weevers
SamenvattingAuteursinformatie

    The files of the women in the State Labor Institution who submitted a request for reprieve showed that they were well aware of the prevailing discourses. They referred for example to their indispensability at home as mother and spouse. In case they were in the Institution for the first time and had no ‘unfavorable’ reputation they mainly succeeded. The main consideration to grant a pardon was the prospect of maintenance to prevent recurrence and consequently nuisance for society. Those who were seriously ill were pardoned because they could not work, the youngest residents to save them from the bad influence of their older inmates. Nevertheless many returned in the State Labor Institution.


Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is promovendus aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Opvolgend werkgeverschap en anciënniteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Opvolgend werkgeverschap, Anciënniteit, Ratio, Draaideurconstructie
Auteurs Mr. S. Palm
Auteursinformatie

Mr. S. Palm
Mr. S. Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen.
Casus

Remedies bij inbreuken op garanties in overnamecontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Garantie, Non-conformiteit, Remedies, Schadevergoeding, SPA
Auteurs Prof. mr. R.J. Tjittes
Auteursinformatie

Prof. mr. R.J. Tjittes
Prof. mr. Rieme-Jan Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Hindernissen voor een ruimer gebruik van herstelrecht

Bevindingen van een Europees onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden herstelrecht, toegankelijkheid, verwijzingsinstanties, strafrechtelijke cultuur
Auteurs Malini Laxminarayan en Annemieke Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    While most restorative justice research would suggest that victims and offenders are often satisfied with their experiences, the number of referrals to these type of programs remain low. This lack of accessibility was the topic of the European Forum for Restorative Justice project, ‘Accessibility and Initiation of Restorative Justice’. This article reports on the project’s findings with regard to several factors which limit greater accessibility, as supported by the attitudes of referral bodies and restorative justice practitioners examined in the frame of this project. The results of previous research and the current empirical research illustrate how accessibility is hindered by (1) lacking or insufficient restorative justice legislation, (2) exclusion criteria regarding which cases may be suitable to restorative justice procedures, (3) a lack of knowledge among legal actors, restorative justice practitioners and the general public about restorative justice and its benefits, (4) the persistence of a retributive legal culture within criminal justice and (5) a need for greater cooperation among those who are involved whether as referral bodies or mediators or facilitators. Qualitative data is presented to provide a better understanding of these elements, in addition to potential solutions that were reported by the respondents. Furthermore, the authors take a closer look at the current situation in the Netherlands, including an overview of the trainings that were developed within the Accessibility project. The results of these trainings reinforce the factors that were identified by previous research and the current empirical research, and aimed to look for solutions to the main barriers to greater accessibility.


Malini Laxminarayan
Malini Laxminarayan is werkzaam als senioronderzoeker bij het Hague Institute for Global Justice. Van 2013 tot 2014 was zij onderzoekscoördinator van het project ‘Accessibility and Initiation of Restorative Justice’ bij het European Forum for Restorative Justice.

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht en is bestuurslid van het European Forum for Restorative Justice.
Jurisprudentie

Executieveilingen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Executieveilingen, Criminal charge, Eén enkele voortdurende inbreuk, Merkbaarheid, Artikel 6 Mw
Auteurs Marco Slotboom en Caroline Schell
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 december 2014 oordeelde de Rechtbank Rotterdam over de gegrondheid en hoogte van de boetes opgelegd door ACM aan handelaren op executieveilingen. Deze handelaren hadden zich naar de mening van ACM in de periode 2000-2009 schuldig gemaakt aan overtredingen van het kartelverbod van artikel 6 lid 1 Mw. Volgens de rechtbank beschikte ACM over voldoende bewijs om de gedragingen te kunnen kwalificeren als één enkele inbreuk en de handelaren voor die enkele inbreuk aansprakelijk te houden. De rechtbank achtte een verlaging van de opgelegde boetes met 10 procent passend door de financiële gevolgen voor de handelaren van de ACM-besluiten.


Marco Slotboom
Mr. dr. M.M. Slotboom is advocaat bij VVGB te Brussel.

Caroline Schell
Mr. C. Schell is advocaat bij VVGB te Brussel.
Artikel

De positie van de aandeelhouder bij een gedwongen omzetting van schuld in aandelenkapitaal buiten insolventie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden herstructurering, dwangakkoord, enquêteprocedure, debt for equity swap
Auteurs Mr. G.J.L. Bergervoet
SamenvattingAuteursinformatie

    Het omzetten van schuld in aandelenkapitaal, of een debt for equity swap, kan een manier zijn om een onderneming succesvol financieel te herstructureren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mogelijkheden voorschuldeisers om buiten insolventie de zittende aandeelhouder te dwingen medewerking te verlenen aan een omzetting van schuld in aandelenkapitaal.


Mr. G.J.L. Bergervoet
Mr. G.J.L. Bergervoet is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en is daarnaast als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum voor Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    zorgverzekeraar, aanbestedende dienst

Artikel

Erfrecht in de onderwereld (deel 3)

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden vereffening, schulden van de nalatenschap, criminele nalatenschap, deelgenotenbeslag
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld en Mr. J. Nobel
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit deel 3 van de reeks ‘Erfrecht in de onderwereld’ wordt ingegaan op de gevolgen van criminele elementen in de nalatenschap voor de afwikkeling daarvan. Onder meer wordt het afdragen van het criminele deel van de nalatenschap aan de Staat door de erfgenamen, om een veroordeling wegens witwassen te voorkomen, uitgewerkt. Er wordt een uitstapje gemaakt naar de verhaalsmogelijkheden voor justitie op de nalatenschap als er een criminele erfgenaam in plaats van erflater is.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. J. Nobel
Mr. J. Nobel is kandidaat-notaris bij Turn Legal en tot voor kort werkzaam bij het Openbaar Ministerie (Functioneel Parket) als civiel juridisch adviseur.
Artikel

Retentor en de oudere hypotheekhouder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden retentierecht, oudere gerechtigde, bevoegdheid, hypotheek
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de botsing tussen het retentierecht en de oudere gerechtigde op de zaak – in het bijzonder de hypotheekhouder – onderzocht. De conclusie is dat het retentierecht wellicht minder snel tegen de oudere hypotheekhouder kan worden ingeroepen dan wel wordt gedacht.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.

    Dit is een verslag van het symposium over de knelpunten van de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen, dat op 22 mei 2015 aan de Universiteit Utrecht werd gehouden. Het wetsvoorstel houdt - kort samengevat - in, dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en giften niet langer in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Op dit symposium werd het wetsvoorstel besproken en de daarop gerichte kritiek samengevat in 4 knelpunten. Ook werd het wetsvoorstel in internationaal perspectief geplaatst door sprekers uit Duitsland, Zweden en België. In internationaal opzicht is de algehele gemeenschap uniek en zowel in binnen- als buitenland wordt zij als ouderwets beschouwd.
    Als probleem van het voorgestelde stelsel wordt ervaren dat men tijdens het huwelijk geen administratie bijhoudt en dat dat bij de afwikkeling na ontbinding problemen gaat opleveren. Echter, het huidige bewijsvermoeden, zoals dat is neergelegd in art. 1:94 lid 6 BW, blijft van kracht in het wetsvoorstel. De zaaksvervangingsregel van 1:95 lid 1 BW wordt ook gehandhaafd. Besproken is de Belgische oplossing voor mogelijke problemen, inhoudende dat een goed dat voor meer dan de helft van de prijs uit eigen vermogen is gefinancierd alleen dan buiten de gemeenschap valt als partijen dat verklaren bij notariële akte.
    Het wetsvoorstel geeft een regeling om de echtgenoot mee te laten profiteren van het ondernemingsvermogen dat de ander buiten de gemeenschap opbouwt. De moeilijkheid hierbij is hoe de vergoeding jegens de niet-werkende echtgenoot berekend moet worden. Ten slotte is in het nieuwe wetsvoorstel geprobeerd tegemoet te komen aan het probleem dat een echtgenoot geconfronteerd wordt met schuldeisers van de andere echtgenoot. Om dit te bereiken zijn art. 1:96 BW en art. 61 Fw gewijzigd met als gevolg dat de positie van de schuldeiser tot normale proporties wordt teruggebracht.
    Een grote meerderheid van de aanwezigen bleek positief te zijn over het nieuwe wetsvoorstel: ongeveer 90 procent was voor invoering in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
    This is a conference report on a symposium held at the University of Utrecht on the 22nd of May on the legislative proposal for the introduction of a limited community of property in the Netherlands. The legislative proposal entails – in a nutshell – that pre-matrimonial property, inheritances and gifts no longer form a part of the community of property. During this symposium, the legislative proposal was discussed and the critique was summarized into four key issues. The legislative proposal was also placed in an international perspective by speakers from Germany, Sweden and Belgium. In the international perspective the Dutch community of property regime is unique and it is regarded as outdated in both the Netherlands and abroad. In the proposed new regime it is considered that spouses do not keep an administration of their assets during their marriage, which can cause problems after dissolution of the community. However, the rebuttal presumption of Article 1:94 para. 6 Dutch Civil Code, is upheld in the new proposal. The current rule of substitution as stated in Article 1:95 Dutch Civil Code is also maintained. The Belgian solutions to possible difficulties is discussed, in which property is only excluded from the community of property when more than half of the price has been financed by personal assets and this is declared in a notarial deed.Furthermore, the legislative proposal allows the non-working spouse to share in the profits of the business assets acquired by the work of the other spouse which are built up outside the community. The remaining difficulty is how the reimbursement claim should be calculated. Lastly, the legislative proposal attempts to prevent a spouse from being confronted by creditors of the other spouse. In order to achieve this, Article 1:96 Dutch Civil Code and Art. 61 Insolvency Law are amended in such a way that the position of the creditor is brought back tonormal proportions.A great majority of those present appeared to be positive about the legislative proposal; 90 percent voted in favour of incorporating it into Book 1 of the Dutch Civil Code.


Bas Legger
Bas Legger is student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Tiddo Bos
Tiddo Bos is research master student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Jent Bijlsma
Jent Bijlsma is een mediator met als hobby godsdienstwetenschap. Hij is geregistreerd MfN-mediator en was betrokken bij de pilots herstelbemiddeling in strafzaken van het ministerie van Veiligheid & Justitie.

Janny Dierx
Janny Dierx is gevormd als jurist en geregistreerd MfN-mediator. Zij was betrokken bij de pilots herstelbemiddeling in strafzaken van het ministerie van Veiligheid & Justitie en is redactielid van dit tijdschrift.

Nadia Fadil
Nadia Fadil is verbonden aan het Centrum Interculturalisme, Migratie en Minderheden van de KU Leuven.
Artikel

Diversiteitsbewuste communicatie. Niet culturen, maar mensen ontmoeten elkaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden intercultural communication, diversity, TOPOI
Auteurs Edwin Hoffman
SamenvattingAuteursinformatie

    Intercultural communication is often portrayed as communication between people with a different ethnic or national background. People may interpret differences and misunderstandings arising in communication as especially grand and problematic. Sometimes, people see the reason for a difference in opinion or the conflict to be situated within the other (often national or ethnic) culture. They see themselves and others as a member of a different group, with a different culture and thus claim the differences to be related to the culture and not the individual person (culturalising or culturistic approach). This approach entails certain risks when it is seen as a condition to be able to speak to others and when handled as the sole frame of reference to interpret people’s meaning-making. An alternative approach can be found in a systemic and communication-theory approach, linking it to intersectionality, pluralism, diversity competence and the TOPOI model, as this article explains.


Edwin Hoffman
Edwin Hoffman is werkzaam als zelfstandig adviseur Diversiteit (ook in België) en als externe lesgever aan de Alpen Adria Universiteit te Klagenfurt met de leeropdracht Interkulturelle Kompetenz und Bildung im internationalen Vergleich.
Praktijk

Tegen fraude is geen bankgarantie opgewassen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Bankgarantie, Uitleg, Strikte conformiteit, Bedrog, Willekeur
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De bankgarantie is een verbintenisrechtelijke zekerheidsfiguur, die de begunstigde aanspraak geeft jegens een bank op uitbetaling van een doorgaans door een derde verschuldigd bedrag. Indien aan de voorwaarden van de bankgarantie is voldaan, is de bank in beginsel gehouden tot uitkering over te gaan. De bank mag uitkering weigeren op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, voornamelijk indien sprake is van bedrog of willekeur. In het Amstelpark-arrest, dat in deze bijdrage centraal staat, oordeelde de Hoge Raad dat bedrog of willekeur niet uitsluitend door de opdrachtgever of begunstigde hoeft te zijn bewerkstelligd, maar dat ook bedrog of willekeur van een betrokken derde tot weigering van uitkering kan leiden.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2015
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Artikel

Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Nederland

Hoe vrijwillig/verplicht* is dat? (* doorhalen wat niet van toepassing is)

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Maatschappelijk verantwoord ondernenmen, Duurzaamheid, Verplichting
Auteurs mr. H.J. Zwalve-Erades
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur de juridische status van MVO in Nederland aan de hand van de volgende twee vragen: in hoeverre wordt het Nederlandse bedrijfsleven (dat wil zeggen: ondernemingen waarvan de hoofdvestiging statutair in Nederland is gevestigd) door middel van wet- en regelgeving gedwongen tot (bepaalde aspecten van) MVO en zo er al sprake is van een wettelijke verplichting, wie draagt in dat geval zorg voor de handhaving van deze regels?


mr. H.J. Zwalve-Erades
Mr. H.J. (Jeanine) Zwalve-Erades is werkzaam bij Royal HaskoningDHV als senior legal consultant op het gebied van duurzaamheid en omgevingsrecht.
Praktijk

Ontmoeten, delen en herstellen

Over de stichting Herstel en Terugkeer

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2015
Auteurs Frans Douw en Toon Walravens
Auteursinformatie

Frans Douw
Frans Douw is vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichtingen in Heerhugowaard en bestuursvoorzitter van de Stichting Herstel en Terugkeer.

Toon Walravens
Toon Walravens is onder andere ervaringsdeskundige beleidsmedewerker bij forensische kliniek De Woenselse Poort in Eindhoven.
Artikel

Uitleg van een derdenbeding in een verzekeringspolis

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden uitleg, contract, derdenbeding, verzekering, polisvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt aan de hand van het arrest HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling) de vraag behandeld hoe ten opzichte van de in de jurisprudentie ontwikkelde gevalstypen van contractsuitleg de uitleg van een derdenbeding in een verzekeringsovereenkomst te plaatsen is. Wanneer is van zo’n beding sprake en welke uitlegmaatstaf moet hierbij worden gehanteerd?


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.