Zoekresultaat: 18 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Welk spoor volgt Nederland?

Een reactie op Hans Dominicus

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Annemieke Wolthuis en Eric Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Comparing the developments in the Netherlands with those in Belgium the authors find important differences relating to the questions pertinent to implementation. Experiments have also been done in the Netherlands and their evaluations showed positive results, but there were different models which were not clearly – or not at all – related to the traditional criminal justice process. They all were lacking the formal collaboration with the courts, that was seen in Belgium. There has been no form of central direction and no important influence from the academic world and the various projects have officially been replaced in 2006 by a national policy of implementing ‘victim-offendertalks’. These talks have their merits and are appreciated by victims and offenders, but they do not amount to mediation in a restorative style, since restorative agreements are not allowed to result. Nevertheless, there are a number of indications that restorative justice practices could still become recognized and accepted. Staff of the police, the public prosecutors office and judges are interested and new experiments are beginning. The new development of local ‘veiligheidshuizen’ (‘front offices for safety’) offers a promising setting for interagency co-operation and conferencing with citizens in trouble and conflict. The conferencing-model has gained broad acceptance in the context of juvenile care and may continue to inspire justice personnel. In process now is the foundation of a new restorative justice network, called ‘Restorative Justice Netherlands’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is als onderzoekster verbonden aan het Hilde Verweij –Jonker Instituut te Utrecht.

Eric Wiersma
Eric Wiersma is werkzaam als beleidsconsulent bij Halt Nederland.
Artikel

Ethiek en herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, ethics, moral praxis
Auteurs Bart Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Conceptions of what ethics are about inform the expectations one has when consulting ethicians. To illustrate this Pattyn shows how two different conceptions of ethics generate two opposite expectations. One could either consider ethics as a specific disciplinary domain that can evaluate and judge decisively about a certain phenomenon on the basis of fundamental criteria, or see ethics as the study of the ways in which a phenomenon – such as restorative justice – can appear as a morally accountable praxis in a specific cultural setting or ‘situated understanding’. Pattyn argues that only the second view makes sense and discusses several types of settings and understandings in relation to various types of judicial settlement. The conclusion following from the analysis is that the ambitions of restorative justice amount to an everyday moral strategy to heal the damaged cohesion of social groups after a transgression and to offer offender and victim alike the opportunity to rehabilitate.


Bart Pattyn
Bart Pattyn is als hoofddocent verbonden aan het Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie (Overlegcentrum voor Ethiek) te Leuven.
Artikel

Nut en onnut van morele beginselen en ‘hoge principes’

Een reactie op Bart Pattyn

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, ethics, moral praxis
Auteurs Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    Van Stokkom endorses Pattyn’s criticism of principled ethics. It is more convincing to view ethics as a way to understand moral practices and moral experiences. For example, the ethical value of restorative justice practices resides in moral communication in which the participants strive for recognition. Nevertheless, Pattyn does not notice that moral justifications often rely on ethical principles. When we must make choices or introduce new policies, we often cannot escape justifications that fit in with ethical principles. Nevertheless, these principles may also paralyze or polarize discussions. In populist times – with its punitive rhetoric – it seems wise to keep public discussion at bay from ‘high restorative principles’ such as the ‘superfluity of punishment’ and concentrate on the narrative power of restorative justice practices.


Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is als ethicus, socioloog en criminoloog verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Radboud Universiteit.
Artikel

Herstelrecht in Nederland: een slachtofferperspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, paradigma, tailoring, victims
Auteurs Marc Groenhuijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    The author advises the protagonists of restorative justice to become less paradigmatic and more pragmatic in their approach of criminal justice and victims needs and interests. The offer of a restorative procedure is not suitable for all victims, nor for all thinkable moments after the event of a crime. Tailoring is needed to make each victim the best offer, and the utility of restorative justice is important, but limited. The author believes that much of the restorative justice literature is aiming at proving the superiority of restorative justice practices above any other type of intervention or service, and he feels that this is partly why restorative justice has not been well received in the Netherlands. A piecemeal implementation of mediation and conferencing in the sphere of criminal justice might be served by being less paradigmatic.


Marc Groenhuijsen
Marc Groenhuijsen is hoogleraar straf(proces)recht, verbonden aan de Universiteit Tilburg en Intervict.

Jacques Claessen
Jacques Claessen is universitair docent straf(proces)recht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Informatie-uitwisseling en het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2010
Trefwoorden informatie-uitwisseling, richtsnoeren horizontale samenwerkingsovereenkomsten, coördinatie, markttransparantie, vergeldingsmaatregelen
Auteurs Mr. C.E. Schillemans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie publiceerde onlangs voor consultatiedoeleinden ontwerprichtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 VWEU op horizontale samenwerkingsovereenkomsten. De ontwerprichtsnoeren bevatten een apart hoofdstuk over informatie-uitwisseling tussen concurrenten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds – als doelbeperking gekwalificeerde – uitwisselingen van informatie over toekomstige prijzen en hoeveelheden, en anderzijds uitwisselingen van overige informatie waarbij de vraag is of die de mededinging kunnen beperken als gevolg van toegenomen markttransparantie. Bij de eerste categorie van informatie-uitwisselingen kan het gaan om kartels en onderling afgestemde feitelijke gedragingen en bij de laatste categorie van informatie-uitwisselingen gaat het veelal om structurele en georganiseerde uitwisseling van informatie tussen concurrenten, bijvoorbeeld in het kader van een branchevereniging.


Mr. C.E. Schillemans
Mr. C.E. Schillemans is advocaat bij Allen & Overy in Amsterdam.
Artikel

De stelselmatige dader als zondebok en slachtoffer van risicojustitie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Risicojustitie, Maatregel ISD, Stelselmatige dader, Zondebok
Auteurs Mr. Marene van Zwet
SamenvattingAuteursinformatie

    De maatregel ISD is een uiting van risicojustitie. De maatregel zet in op een risicovolle groep in de samenleving, waarbij het strafrecht prospectief wordt ingezet. In de behoefte de maatschappij te beveiligen tegen toekomstige risico’s is niet langer de ernst van de daad van belang, maar de ernst van het criminele verleden van de dader. De maatregel ISD zet in op het onschadelijk maken van stelselmatige daders om zodoende de maatschappij te beveiligen. Daarbij worden fundamentele strafrechtelijke waarden geschonden en wordt ernstig tekortgedaan aan de rechtsbeschermende positie van de stelselmatige dader. De stelselmatige dader is zondebok en slachtoffer van risicojustitie.


Mr. Marene van Zwet
Mr. Marene van Zwet studeerde Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden en is daar nu bezig met de master Encyclopedie en filosofie van het recht.
Artikel

Vakmanschap is meesterschap

Risico’s van classificatie, risicotaxatie en registratie van delinquente jongeren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden diagnostiek, classificatie, risicotaxatie, stigmatisering
Auteurs Dr. Nils Duits
SamenvattingAuteursinformatie

    Betrokkenen bij het jeugdstrafrecht denken vanuit verschillende domeinen anders over wat er aan de hand is met jongeren die in aanraking komen met justitie en over wat nodig en mogelijk is om daar verandering in aan te brengen. Dat leidt soms tot te hoge verwachtingen en misverstanden en het kan leiden tot stigmatisering van delinquente jongeren als geclassificeerd risico- en probleemgeval.In dit artikel worden de verschillende domeinen en domeinverschillen van de betrokkenen belicht. Vervolgens wordt stilgestaan bij de noodzaak en beperkingen van psychiatrische diagnostiek, classificatie en risicotaxatie van delinquente jongeren en welke rol overleg en registratie en het delen van informatie daarbij kunnen spelen.


Dr. Nils Duits
Dr. Nils Duits is kinder- en jeugdpsychiater en is programmaleider Kwaliteit en Innovatie bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).
Artikel

Access_open De droom van Beccaria

Over het strafrecht en de nodale veiligheidszorg

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Beccaria, criminal law, nodal governance, social contract
Auteurs Klaas Rozemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Les Johnston and Clifford Shearing argue in their book, Governing Security, that the state has lost its monopoly on the governance of security. Private security arrangements have formed a networked governance of security in which the criminal law of the state is just one of the many knots or ‘nodes’ of the security network. Johnston and Shearing consider On Crimes and Punishment, written by Cesare Beccaria in the 18th century, as the most important statement of the classical security program which has withered away in the networked governance of the risk society. This article critizes the way Johnston and Shearing analyze Beccaria’s social contract theory and it formulates a Beccarian theory of the criminal law and nodal governance which explains the causes of crime and the rise of nodal governance and defends the central role of the state in anchoring security arrangements based on private contracts and property rights.


Klaas Rozemond
Klaas Rozemond is associate professor at the Department of Criminal Law, Faculty of Law, VU University Amsterdam.
Redactioneel

Herstelrecht en mensenrechten

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2010
Auteurs Annemieke Wolthuis en Renée Kool
Auteursinformatie

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is onderzoeker aan de Open Universiteit en schrijft een proefschrift over jeugdherstelrecht en kinderrechten. Zij is tevens verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut, waar zij bijdraagt aan maatschappelijk onderzoek, en redacteur van dit tijdschrift.

Renée Kool
Renée Kool is als hoofddocent verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. Zij is tevens rechter-plaatsvervanger en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Naar een ‘rights based’ jeugdherstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Kinderrechten, Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, Jeugdherstelrecht
Auteurs Annemieke Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution starts with an introduction of human rights, children’s rights and restorative justice. What are the links and differences between these concepts and how do they interrelate? An overview of human rights for children in international standards relevant to the discussion on juvenile justice, such as the UN Convention on the Rights of the Child and additional instruments, is given. It is examined how restorative justice fits in this framework.
    Human rights are one of the main pillars of our modern society. General juvenile justice principles such as diversion, the use of detention only as a measure of last resort and focusing on re-integration give a clear basis for restorative justice practice. Recent international and European conventions, guidelines and recommendations dealing with juvenile justice explicitly recommend the use of restorative justice. It is actually seen as the main priority focus of the reaction to youth criminality. The Committee on the Rights of the Child declared in General Comment 10 that the best interests of the child imply that the traditional aims of criminal justice – repression and retribution – should make room for rehabilitation and reintegration. Today’s focus on youth delinquency should be a restorative one. But how to implement rather broad notions such as restorative justice in individual cases and to make them fulfil internationally accepted human rights standards. With the model of Mitchell and Moore it is explored how children’s rights (mainly article 40 and the main principles of the CRC) and restorative justice are connected and how they can use each other. The need is stressed and some tools are given to work towards a ‘rights based restorative justice’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is onderzoeker aan de Open Universiteit en schrijft een proefschrift over jeugdherstelrecht en kinderrechten. Zij is tevens verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut, waar zij bijdraagt aan maatschappelijk onderzoek, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Criminele expats

Britse criminelen in Nederland en Nederlandse criminelen in Spanje

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2010
Trefwoorden drugshandel, Internationale criminaliteit, Spanje, Verenigd Koninkrijk
Auteurs Dr. Melvin Soudijn en Dr. Sander Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on migration with criminal motives. Two specific groups are discussed, British migrants in the Netherlands and Dutch migrants in Spain. Little is written on criminal migration motives in combination with Western subjects. On the other hand, investigative authorities have first-hand knowledge on this matter. An analysis of 25 closed case files shows that within these two groups of migrants, some people are heavily involved in the international drugs trade. Although their numbers are small, their function is important. Through their actions it becomes possible for certain cities or areas to evolve into international criminal drug marketplaces. There are also some differences between British and Dutch criminals abroad. British criminals are often involved as brokers. They broker drugs for third parties in Great Britain. Their stay in the Netherlands seems temporarily. They do not invest in the economy or buy property. Conversely, Dutch criminals in Spain could be described as leaders of organized crime groups. They invest in Spain by buying companies and property.


Dr. Melvin Soudijn
Dr. M. Soudijn is senior onderzoeker bij de KLPD, melvin.soudijn@klpd.politie.nl.

Dr. Sander Huisman
Dr. S. Huisman is senior onderzoeker bij de KLPD, Sander.huisman@klpd.politie.nl.

Friso Kulk
Friso Kulk studeerde in 2003 cum laude af in Arabische Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna studeerde hij de tweejarige master Staats- en Bestuursrecht, eveneens aan de UvA. Hij werkte onder meer als juridisch adviseur bij Vluchtelingenwerk, als vertaler en als docent Arabisch. Zijn promotieonderzoek gaat over de familierechtelijke relatie tussen ouders en kinderen in Egyptisch-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gezinnen.

    “Het waren mijn genen, edelachtbare, niet ik” kopte NRC Handelsblad van donderdag 5 november 2009.1xFolkert Jensma, “Het waren mijn genen, edelachtbare, niet ik”, NRC Handelsblad, 5 november 2009. Het artikel bericht over een Italiaanse rechtszaak waarin in hoger beroep de straf die aan een moordenaar werd opgelegd, werd verlaagd van twaalf naar negen jaar. De raadsheer nam deze beslissing, aldus de verslaggever, nadat twee neurowetenschappers van de universiteiten van Pisa en Padua op een hersenscan onregelmatigheden hadden aangetoond en bovendien afwijkingen waren gevonden in het MAOA-gen, dat ook wel bekendstaat als het ‘agressiegen’.

Noten

  • 1 Folkert Jensma, “Het waren mijn genen, edelachtbare, niet ik”, NRC Handelsblad, 5 november 2009.


Anne Ruth Mackor
Anne Ruth Mackor is professor of professional ethics, in particular of the legal professions, at the Faculty of Law of Groningen, and Socrates professor of professional ethics at the Faculties of Philosophy and Theology of Groningen.
Artikel

Access_open Paul Scholten en Herman Dooyeweerd: het gesprek dat nooit plaatsvond

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Scholten, Dooyeweerd, legal principles, legal reasoning, religion
Auteurs Bas Hengstmengel
SamenvattingAuteursinformatie

    The legal scholars Paul Scholten (1875-1946) and Herman Dooyeweerd (1894-1977) had much in common. The most significant agreement is their emphasis on the influence of a (religious) worldview on legal scholarship and practice. Unfortunately, they never met to discuss the similarities and differences of their jurisprudential ideas. In this article I try to reconstruct this conversation which never took place. Scholten’s legal thought is specifically oriented to the practice and difficulties of judging. Dooyeweerd above all was a philosopher whose specific philosophy of the modal aspects of reality is the basis for his thinking about the law. Both scholars emphasized the importance of legal principles. They also identified several fundamental legal categories and concepts. However, their methodology is different. The way religion and morality influence their legal thought is also different. A discussion of the contemporary relevance of their work completes the paper.


Bas Hengstmengel
Bas Hengstmengel is a PhD-candidate at Erasmus School of Law, Rotterdam. He writes a dissertation on procedural justice.
Artikel

Digitale en traditionele bedreiging vergeleken

Een studie naar risicofactoren van slachtofferschap

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Bedreiging, Slachtofferschap, Cybercriminaliteit, Internet
Auteurs dr. Johan van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    Computers and the internet offer new ways to offenders for committing crimes. The present article uses routine activity theory and large-scale victimization survey data (N=6,896) to study digital threat victimization (i.e. threats people receive by email or chat rooms) in the general population. It assesses risk factors for digital threats and compares them with risk factors for receiving traditional threats and a mixture of digital and traditional threats. The results show that youngsters and offenders of digital crime run higher risks of all types of threat victimization. In extension, outdoor routine activities increase the risk not only of traditional threats but of digital threats as well, while the same holds for certain computer activities (e.g. having a profile on Hyves). These findings point towards the connection of social interactions between people in the physical and digital world. Finally, the results suggest that impulsive people are more vulnerable to threat victimization.


dr. Johan van Wilsem
Dr. Johan van Wilsem is werkzaam als universitair docent criminologie, Universiteit Leiden, J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.
Artikel

De maximalistische visie op herstelrecht onder vuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden maximalisme, rechtsorde, slachtoffers, rehabilitatie
Auteurs Lode Walgrave
SamenvattingAuteursinformatie

    The authors latest book on Restorative Justice, Self-Interest and Responsible Citizenship has been discussed in this journal in 2009 and the author now responds to the critiques, which came from three jurists and therefore had a predominantly juristic character. Themes discussed are ‘criminal justice and punishment’, ‘restorative justice and the law’, ‘restorative justice, the victim and public interest’, ‘restorative justice and the legal order’ and finally ‘restorative justice and offender rehabilitation’. Walgrave maintains and clarifies the views he developed in the book explaining why it is correct to claim that criminal justice can be identified as fundamentally punitive (although it does not always punish, as one critic has observed) and that it should be possible to elaborate restorative justice into a completely new legal system, offering legal guarantees fitting to what restorative justice is trying to achieve. Legal guarantees as they exist today in criminal procedure cannot be taken as the benchmark for restorative procedures in view of the totally different aims and procedures. Furthermore, it is not true that the victim gets too much power in restorative justice – as one critic stated – because restorative justice is and should be conceived as a system of public law, involving the legal agencies and authorities such as courts in a proper role as guardians of every citizin’s dominion. It is because of the safeguarding of dominion that the victim should have a key-role to play in restorative justice, although not obliged to participate.One critic has mentioned that Walgraves ideas seem to imply that the legal order is only something being imposed upon the citizens ‘top down’, while in many respects one could maintain that the law and the principles of the legal order have been produced ‘bottom-up’ or at least should be the result of democracy. The response is that restorative procedures offer more opportunities for citizens for this democratic participation in producing the norms of the law.Finally some have argued that the rehabilitative interests of the offender should have a more central place in the definition of restorative justice, more or less of the same importance as restoring the harms of the victim. Walgraves experiences with the Belgian model of juvenile protection made him cautious of the risks of doing so, not only in terms of serving the victims needs, but also in terms of the legal protection of the juvenile offender against arbitrary interventions.


Lode Walgrave
Lode Walgrave is emeritus hoogleraar jeugdcriminologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

Samenwerking in de jeugdstrafrechtsketen door middel van het justitieel casusoverleg in Rotterdam

Een analyse van de Rotterdamse praktijk van het justitieel casusoverleg als instrument voor de vervolging, afdoening en hulpverlening in jeugdstrafzaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Justitieel casusoverleg, Openbaar Ministerie, Ketenpartners, Jeugdigen
Auteurs Kevin Pieters en Shirley Splinter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt in vogelvlucht de totstandkoming en de theorie van het justitieel casusoverleg (JCO) geschetst. Het JCO is een overleg waarbij verschillende ‘ketenpartners’ per jeugdige overleggen over de beste aanpak ten aanzien van vervolging, afdoening en hulpverlening. De Rotterdamse praktijk van het JCO komt ook aan bod. Er wordt met name ingegaan op de effectiviteit van het Rotterdamse JCO. Hoewel het Rotterdamse JCO effectief is, kan de objectieve meerwaarde nog verder worden verbeterd. Ontwikkelingen zoals de komst van het Rotterdamse Veiligheidshuis bieden kansen om het JCO nog beter te laten functioneren.


Kevin Pieters
Kevin Pieters is junior juridisch medewerker bij het Kabinet RC te Rotterdam.

Shirley Splinter
Shirley Splinter is buitengriffier bij de Strafsector te Middelburg.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.