Zoekresultaat: 43 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

De niet-financiële impact van schadetoebrenging en hoe daaraan tegemoet te komen

Over excuses, actieve schadeafwikkeling en procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden afwikkelingsproces, impact van schadetoebrenging, beleving van slachtoffer, emotionele bankrekening, communicatie, immateriële behoeften, excuses, procedurele rechtvaardigheid, actieve schadeafwikkeling
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en L. Hulst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek dat in opdracht van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) is verricht naar de baten, effectiviteit en methode van het bevorderen door verzekeraars van het aanbieden van excuses aan verkeersslachtoffers. Ingegaan wordt op de niet-financiële impact van schadetoebrenging en wat er voor mogelijkheden zijn om daaraan tegemoet te komen. Daarbij is niet alleen gekeken naar excuses door de veroorzaker van het verkeersongeval, maar ook naar wat verzekeraars zelf kunnen doen aan de omstandigheid dat verkeersslachtoffers door het ongeval en zijn gevolgen ook ‘rood staan op hun emotionele bankrekening’. In een volgende bijdrage zal verslag worden gedaan van door verzekeringsmaatschappijen in het kader van dit onderzoek uitgevoerde pilots.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

L. Hulst MSc
Mw. mr. L. Hulst MSc is jurist en psycholoog bij de afdeling privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

    Huisvesting arbeidsmigranten. Maatwerk.


Tycho Lam
Artikel

Kinderpornorechercheurs en hun mentale weerbaarheid

Hoe rechercheurs de impact van kinderpornografiezaken ervaren en daarmee omgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Drs. Henk Sollie, Dr. Nicolien Kop en Prof. dr. Martin Euwema
SamenvattingAuteursinformatie

    Eleven Teams against Child Abuse Images and Transnational Child Sex Offences (TBKKs) are operating within the Dutch National Police Force. This study provides an in-depth analysis of the resilience of criminal investigators working in these teams and how they perceive and cope with daily work stressors. Observational studies within five TBKKs and 35 semi-structured interviews with child pornography investigators revealed that managing their heavy caseloads, classifying abusive images, dealing with suspects and conducting home searches can sometimes be (very) challenging. Despite these demanding work aspects, investigators experience low levels of stress. By employing emotional detachment, self-reflection, workload regulation, social support and meaningfulness, they overcome the stress of investigating internet child exploitation. However, successful implementation of these resilience-enhancing strategies depends on the availability of several individual and organizational resources. To reduce the risk of health problems and to stimulate positive functioning, these resources require permanent investment from police management and investigators themselves.


Drs. Henk Sollie
Drs. H. Sollie is promovendus ‘Mentale Weerbaarheid binnen de Opsporing’ bij de Nederlandse Politieacademie.

Dr. Nicolien Kop
Dr. N. Kop is lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde bij de Nederlandse Politieacademie.

Prof. dr. Martin Euwema
Prof. dr. M.C. Euwema is hoogleraar Organisatiepsychologie, KU Leuven.
Artikel

Gaan veiligheidsmaatregelen ten koste van de servicebeleving?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2014
Trefwoorden customer experience, service perception, surveillance measures, legitimateness
Auteurs Rick van der Kleij, Maaike Roelofs en Dianne A. van Hemert
SamenvattingAuteursinformatie

    Surveillance measures in public places such as train stations, large events or business premises are aimed at increasing security at those specific locations. They enable people to move around securely at public (high) risk locations. However, people often experience these measures as an obstacle. Too much security often results in limitations of freedom of movement and violations of privacy. Could surveillance measures be designed in such a way that they are perceived more as a ‘service’? The authors studied the variables that influence whether people experience surveillance as a service or as a hindrance. At three surveillance locations (Schiphol Airport, Hoog Catharijne shopping area and Amersfoort railway station) more than thousand visitors were surveyed. They were asked how they experienced service and security on the site. The results show that there are differences in service perception in relation to security measures at the three locations studied. They show how the tension between service and safety can be reduced and provide clues for improving security measures. The results can be used by owners of public locations, surveillance stakeholders or private companies for the optimalisation and re-design of a location, as their goal is to attract loyal visitors, who are not frustrated and are willing to use the location frequently, and who preferably speak positively about the location to others. Also the security measures themselves can be improved, both technical security measures as well as human security measures.


Rick van der Kleij
Rick van der Kleij is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences.

Maaike Roelofs
Maaike Roelofs is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences.

Dianne A. van Hemert
Dianne A. van Hemert is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Jihadgang naar Syrië: een wetenschappelijke benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Jihad, Foreign fighters, Syria, radicalisation
Auteurs Nick Platje Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes a qualitative inquiry into Dutch people going to Syria for participating in Jihad. The inquiry compares theoretical findings with empirical facts, based on a content analysis and a document analysis, completed with ten depth-interviews. The results show that a combination of scientific findings on radicalisation and foreign fighters explains the jihad movement to Syria partly. The results also show that some factors, which have not recently be examined scientificly, are crucial for the character and extent of the movement towards Jihad.


Nick Platje Msc
Nick Platje (Msc) is werkzaam bij het ministerie van Defensie.
Jurisprudentie

Brink’s Nederland B.V. – Geldservice Nederland B.V.

ACM-Besluit op bezwaar d.d. 3 juli 2014, zaak 7512, inzake het bezwaarschrift van Brink’s Nederland B.V. tegen het besluit van ACM van 3 juni 2013 tot afwijzing van de aanvraag om toepassing van artikel 56 lid 1 Mw

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden ACM, mededingingsbeperkend, Brink’s geldtransport, artikel 6 en 24 Mw
Auteurs Mr. Cees Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak gaat de ACM naar aanleiding van een klacht van geldtransporteur Brink’s na of een samenwerking door ABNAMRO, ING en Rabobank op het gebied van geldverwerking en (de inkoop van) geldtransport in strijd is met artikel 6 en 24 Mw en 101 en 102 VWEU. Daar waar in het primaire besluit nog werd uitgegaan van een mededingingsbeperkende overeenkomst voor wat betreft de samenwerking op het gebied van de inkoop van geldtransport, maar deze volgens de ACM voldeed aan de criteria van artikel 6, lid 3, Mw, oordeelt de ACM in het besluit op bezwaar dat ook dit deel van de samenwerking niet mededingingsbeperkend is. Het besluit op bezwaar bevat een aantal belangwekkende oordelen, waar de auteur kanttekeningen bij plaatst.


Mr. Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. Erik Pijnacker Hordijk
Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Jurisprudentie

Landelijke Huisartsen Vereniging

Annotatie van zaak 6888_1/510, LHV. Beslissing op bezwaar van de Autoriteit Consument & Markt d.d. 3 februari 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden gezondheidszorg, besluit ondernemingsvereniging, doelbeperking, uitzondering artikel 6 lid 3 Mw, feitelijk leidinggevenden
Auteurs mr. dr. Marc Wiggers, mr. Robin Struijlaart en mr. Joris Ruigewaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze annotatie van het besluit op bezwaar van ACM in de zaak LHV biedt een samenvatting van het besluit, alsmede een kritische analyse van de belangrijkste overwegingen van ACM. In het besluit op bezwaar blijft ACM van oordeel dat de LHV het kartelverbod heeft overtreden door haar leden te adviseren de toetreding van nieuwe huisartsen periodiek te evalueren en om toetreders te selecteren op basis van een sollicitatieprocedure. De auteurs komen tot de conclusie dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij het besluit op bezwaar van ACM. Volgens de auteurs komt ACM te gemakkelijk tot de conclusie dat sprake is van naleving door de leden van de LHV van de aanbevelingen, dat de aanbevelingen een doelbeperking vormen en dat de aanbevelingen niet uitgezonderd zijn van het kartelverbod op grond van artikel 6 lid 3 Mw.


mr. dr. Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Joris Ruigewaard
Mr. J. Ruigewaard is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Gas terug bij exclusiviteitsbedingen in de brandstofsector

Exclusieve afnamebepalingen in toenemende mate onder druk door het mededingingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden exclusiviteit, afnamebepaling, strekking, effect, motorbrandstoffen
Auteurs Mr. Stefan Tuinenga
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen inzake exclusieve-afnamebepalingen in contracten tussen leveranciers en afnemers van motorbrandstoffen. In de zaak Mandje/Rab oordeelde de Hoge Raad dat een exclusieve-afnamebepaling tussen een leverancier en een afnemer onder omstandigheden de strekking kan hebben de mededinging te beperken, terwijl de vaste lijn in de Europese jurisprudentie is deze bedingen aan een diepgaande effectanalyse te onderwerpen. In de zaak BP/Benschop bevestigde de Hoge Raad een oordeel van het Hof Amsterdam dat een exclusieve-afnamebepaling voor twintig jaar het gevolg had de mededinging te beperken, terwijl de vereiste diepgaande contextuele analyse van de effecten ontbrak.


Mr. Stefan Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Landelijke Huisartsen Vereniging

Annotatie van zaak 6888_1/510, LHV. Beslissing op bezwaar van de Autoriteit Consument & Markt d.d. 3 februari 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden gezondheidszorg, besluit ondernemingsvereniging, doelbeperking, uitzondering artikel 6 lid 3 Mw, feitelijk leidinggevenden
Auteurs mr. dr. Marc Wiggers, mr. Robin Struijlaart en mr. Joris Ruigewaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze annotatie van het besluit op bezwaar van ACM in de zaak LHV biedt een samenvatting van het besluit, alsmede een kritische analyse van de belangrijkste overwegingen van ACM. In het besluit op bezwaar blijft ACM van oordeel dat de LHV het kartelverbod heeft overtreden door haar leden te adviseren de toetreding van nieuwe huisartsen periodiek te evalueren en om toetreders te selecteren op basis van een sollicitatieprocedure. De auteurs komen tot de conclusie dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij het besluit op bezwaar van ACM. Volgens de auteurs komt ACM te gemakkelijk tot de conclusie dat sprake is van naleving door de leden van de LHV van de aanbevelingen, dat de aanbevelingen een doelbeperking vormen en dat de aanbevelingen niet uitgezonderd zijn van het kartelverbod op grond van artikel 6 lid 3 Mw.


mr. dr. Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Joris Ruigewaard
Mr. J. Ruigewaard is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Determinanten van deelname aan een resocialisatieprogramma in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Prison, reducing recidivism, correctional treatment, Resocialisation, treatment engagement
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Maarten Kunst, Dr. Anja Dirkzwager e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The current study examined the extent to which risk factors and treatment readiness were related to prison based treatment engagement (i.e. participation and completion), using a large sample of detainees who were a candidate for the Prevention of Recidivism program. Analyses showed that offenders who were treatment ready were over two times more likely to complete treatment programs, compared to offenders who were not. Risk factors did, for the most part, not correlate with treatment participation and completion. Outcomes underlined the importance of motivational aspects and showed the significance of enhancing treatment readiness amongst correctional resocialisation participants.


Anouk Bosma MSc
A.Q. Bosma, MSc is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Boekbespreking

Wanneer een droom werkelijkheid wordt

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Auteurs Prof. dr. Kristel Beyens en Prof. dr. Miranda Boone
Auteursinformatie

Prof. dr. Kristel Beyens
Prof. dr. K. Beyens is hoogleraar aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

Prof. dr. Miranda Boone
Prof. dr. M. Boone is bijzonder hoogleraar penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent strafrecht en criminologie aan de Universiteit Utrecht.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J.A. van Wilsem is universitair hoofddocent criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Een terughoudende praktijk

Over de praktische vraagtekens bij het bestrijden van onveiligheidsgevoelens

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden reducing fear of crime, reflective practitioners
Auteurs Remco Spithoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Despite the international scientific inconclusiveness about the nature of the fear of crime, the strategic layer of the Dutch government aims to reduce the fear of crime in general by 2017. But their policy-goals were not accompanied with a plan how to realize them. Meanwhile, local practitioners claim to be in search of practical tools and substantive support how to fight back the public’s fear of crime. This study was aimed to feed the discussion with a constructive and realistic input from both the practitioners and the scientific view. The research question was: ‘What do local practitioners do against the public’s fear of crime and how can these activities be improved?’ 36 local practitioners from Dutch local municipalities, the police force and the public prosecutor were interviewed. Schön’s idea of the ‘reflective practitioner’ (1983) was the underlying argument to make practical knowledge about reducing the fear of crime explicit. The respondents from both institutional layers of local ‘policy advise’ and ‘policy implementation’ were quite reluctant about fighting back the public’s fear of crime. They aim to reduce the fear of crime in a doubtful and indirect way. Because many sources of the public’s fear of crime were unknown to them or were not in the reach of their professional activities. In this way, the interviewed local practitioners approach strongly aligned with the advice of international scientists to be reluctant and realistic about fighting back the public’s fear of crime. We advised an approach of ‘local fear of and worry about crime’ in dialog between international science and the interviewed local Dutch practitioners. The results of it will probably not contribute to quantitative policy goals at the national level, but rather to custom fit, qualitative improvements on the local level. This will probably be the most effective way to fight back the few tractable elements that make up the fear of crime.


Remco Spithoven
Remco Spithoven is promovendus bij de leerstoel Burgerschap en Veiligheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met het lectoraat Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling aan de Hogeschool Utrecht en docent Integrale Veiligheidskunde bij het Instituut voor Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht.
Artikel

Daar doen we het voor! Opbrengsten en effecten van verslavingsreclassering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2014
Trefwoorden rehabilitating institutions, result indicators, monitoring rehabilitation, drug-addicted offenders
Auteurs Drs. Corine Von Grumbkow en Drs. Ron Van Wonderen
SamenvattingAuteursinformatie

    The SVG aims to improve its ability to show the social relevance of the work done by organizations for the rehabilitation and probation of drug-addicted offenders. As a first step the SVG asked the Verwey-Jonker Institute to develop a monitor which provides structurally insight into the returns of this work. The monitor couples data at the individual client level to relevant indicators. The monitor’s results are very promising. A year after they had come into contact with the rehabilitating institutions, clients committed significantly fewer criminal offences than they did during the year prior to that moment. Contacts with the police decreased as well.


Drs. Corine Von Grumbkow
Corine von Grumbkow is beleidsadviseur/projectleider bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ.

Drs. Ron Van Wonderen
Drs. Ron van Wonderen is senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut.
Artikel

Gedragsbeïnvloeding via voeding

Enkele toepassingen besproken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2014
Trefwoorden diet, food insecurity, behaviour modification, prediction of behaviour, glucose metabolism
Auteurs A. Zaalberg Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent research shows that behaviour is not only influenced by the psychosocial environment, but can also – partially – be explained by the biology in humans. In this paper dietary phenomena are explored. Data from large prospective cohort studies show that dietary patterns are associated with intelligence, school achievement and behavioural problems in children. Furthermore, detrimental behavioural effects of food insecurity, in severe cases hunger, are suggested by recent research. Sugar gets special attention in this paper. Contrary to common knowledge, sugar doesn’t seem to have a negative impact on behaviour. On the other hand, research suggests that glucose metabolism might explain aspects of impulsive aggressive behaviour. It might be possible to make prediction of future aggressive behaviour, using data from glucose metabolism. Finally experimental studies suggest that dietary modification is causally linked to behavioural improvement in offenders and people suffering from a variety of mental problems.


A. Zaalberg Msc
Ap Zaalberg MSc is als onderzoeker verbonden aan het WODC. Hij doet promotieonderzoek naar enerzijds de relatie tussen voeding en gedrag bij justitiabelen, en anderzijds de relatie tussen neurotoxische stoffen en crimineel gedrag.
Hoofdartikel

Schikken in het nieuwe ontslagrecht: bedenk eer ge begint

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Opzegging met instemming, beëindigingsovereenkomst, bedenktermijn, antistapelingsbepaling, pro forma ontbinding
Auteurs Prof. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De in de Wwz neergelegde regeling van de bedenktermijn heeft grote invloed op het schikken van ontslagzaken. De Wwz maakt een niet uitlegbaar onderscheid tussen de beëindigingsovereenkomst en de opzegging met instemming. Het verschil ziet op de betaling van een transitievergoeding. Dit verschil kan makkelijk tot ongelukken aanleiding geven. Mogelijk zien we bovendien de terugkeer van de pro-forma-ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Niet meer voor WW-doeleinden, maar met het oog op het bekorten van de periode van de bedenktermijn. Deze bijdrage behandelt de in dat kader te bewandelen weg en noemt ook een alternatief voor de formele ontbinding. Dit alternatief maakt gebruik van de antistapelingsbepaling in de regeling van de bedenktermijn en voorziet in een soort ‘tweetrapsraket’. Voor een succesvolle aanpak zal tussen beide trappen wel denkruimte voor de werknemer moeten zitten. Het bij ontslagzaken aansturen op een vertrekregeling wordt eens te meer een zaak voor juristen.


Prof. L.G. Verburg
Prof. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht).
Toont 1 - 20 van 43 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.