Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1172 artikelen

x
Jaar 2012 x

    This article examines the impact of the introduction of the Schutznorm-principle (relativiteitsvereiste) in the Dutch General Administrative Law Act on the private enforcement of state aid law. This principle prohibits the administrative courts to annul a decision if the ground manifestly does not protect the complainants interests. Court decisions are examined to research the role of individuals in the private enforcement of state aid law. These individuals often have no competitive relation with the (alleged) beneficiary of the aid. However, presumably the Schutznorm-principle will not hinder them from annulling the decision because the Schutznorm-principle requires clarity regarding the scope of the provision invoked. Article 108 TFEU lacks this clarity. Based on possibilities of appeal against Commissions decisions and case law of the EU CoJ on this matter, the author argues that not every individual needs to be able to invoke state aid provisions.


Matthijs Baart
Matthijs Baart LLM is onderzoek- en onderwijsmedewerker aan de Universiteit Leiden

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Artikel

EU-burgerschap en toegang tot sociale voordelen over de grens

Is er verschil tussen marktburgers en sociale burgers?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Europees burgerschap, non-discriminatie, sociale voordelen, economisch niet-actieven, objectieve rechtvaardigingsgrond
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente arresten heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat als een land door middel van een nationaliteits- of woonplaatseis de toegang tot zijn stelsel beperkt, ook niet-economisch actieven deze eisen kunnen aanvechten op grond van de bepaling van het Europees burgerschap. Wel mogen lidstaten bepaalde goed beargumenteerde beperkingen stellen voor personen met een vreemde nationaliteit, zoals dat men vijf jaar in Nederland heeft gewoond voordat men recht heeft op studiefinanciering. Nu rijst een aantal vragen. Hoe kan het dat de bepaling van het Europees burgerschap een dergelijk effect heeft? Zijn er nog verschillen tussen economisch actieve en niet-actieve burgers? Is de jurisprudentie over het burgerschap geen bedreiging voor nationale welvaartsstaten? Deze vragen worden in deze bijdrage behandeld. Daarbij komt ook het recente arrest Europese Commissie tegen Nederland (C-542/09) aan de orde.


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht, en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Gotenburg, Zweden <www.franspennings.org>.
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Bewijs leveren van discriminatie is geen gemakkelijke opgave. Dat geldt zeker bij sollicitatie, waarbij het niet altijd duidelijk zal zijn wat de precieze redenen voor afwijzing waren. Het is daarom de vraag of de werkgever verplicht is informatie te verschaffen over de procedure en de kandidaten. De EU non-discriminatierichtlijnen schrijven een verlicht bewijslastregime voor. Of dit regime een informatierecht met zich meebrengt, kwam aan de orde in de Galina Meister-zaak. Het antwoord is ontkennend, maar de weigering van de werkgever om informatie te geven kan wel een rol spelen bij het vaststellen van een vermoeden van discriminatie.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Nog geen horizontale rechtstreekse werking van het vrije verkeer van goederen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden artikel 34 VWEU, vrij verkeer van goederen, horizontale werking, normerings- en certificeringsactiviteiten, bijzondere redenen van particulier belang
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en mr. T. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    In brede kring wordt aangenomen dat het vrij verkeer van diensten, werknemers en vestiging onder omstandigheden rechtstreeks doorwerken in horizontale relaties. In de zaak Fra.bo past het Hof van Justitie het leerstuk van de horizontale rechtstreekse werking niet expliciet toe op het vrije goederenverkeer. Zaakspecifiek maakt het Hof van Justitie echter duidelijk dat onder omstandigheden ook een particuliere organisatie als gedaante van ‘publieke macht’ kan worden aangemerkt waarmee haar activiteiten en voorschriften binnen de reikwijdte van het recht betreffende het vrije goederenverkeer vallen. Het Hof van Justitie lijkt hiermee impliciet aan te sluiten bij zijn collectiviteitsredenering inzake het vrij verkeer van diensten, werknemers en de vestigingsvrijheid.


Mr. dr. H.J. van Harten
Herman van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

mr. T. Nauta
Thomas Nauta is werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse zaken en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Artikel

De kosten van studentenmobiliteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden studiefinanciering, meeneembaarheid, vrij verkeer van werknemers, woonplaatsvereiste
Auteurs Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Hof van Justitie van Justitie inzake de Nederlandse verblijfsvoorwaarde in de regeling voor meeneembare studiefinanciering heeft tot teleurstelling bij het kabinet geleid. Hoewel het Hof van Justitie erkent dat bevordering van de mobiliteit van studenten die een band met Nederland hebben een legitiem doel is dat een beperking op het recht van vrij verkeer van werknemers zou kunnen rechtvaardigen is het vooral de exclusiviteit van de verblijfsvoorwaarde, en de geringe motivering van de noodzaak hiervan, waar het Hof van Justitie over valt. De uitspraak laat de mogelijkheid alternatieve voorwaarden aan meeneembare studiefinanciering te koppelen.


Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
Prof. dr. Annette Schrauwen is als hoogleraar Europese integratie, in het bijzonder recht en geschiedenis van het burgerschap, verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De titanenstrijd tussen Apple en Samsung

Uitleg van de FRAND-verplichtingen bij de rechter en in het onderzoek van de Europese Commissie naar Samsung

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden Apple, Samsung, FRAND, licenties, octrooi en standaardisering
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en mr. J.I. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gemoederen in de elektronicasector worden de laatste tijd aardig bezig gehouden door het juridische gevecht tussen Samsung en Apple in een flink aantal landen. In dit artikel geven wij vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een beschouwing van de procedures die Apple en Samsung in Nederland voeren. Daarbij zoomen wij in op de FRAND1x De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd. - aspecten van die zaak waarbij met name interessant is te constateren dat deze zowel in civielrechtelijke octrooiprocedures aan de orde komen als in het onderzoek dat de Europese Commissie is gestart. Wij concluderen dat het voor de eenduidigheid van de rechtspraak goed zou zijn als de Europese Commissie snel duidelijkheid schept in de FRAND-discussie en aangeeft op welke wijze deze ingrijpt op het mededingingsrecht, in het bijzonder artikel 102 VWEU.

Noten

  • 1 De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

mr. J.I. Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Registratie bij staandehouding en preventief fouilleren in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden racial profiling, stop and search forms, police powers, stigmatization
Auteurs BSc. Yannick van Eijk, BSc. Roel Holman en BSc. Linde Lamboo
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the desirability of implementing a registration system as a means of control on the discretionary space in police powers of stop and search. Firstly, the legal background concerning these powers is sketched, and the discretionary space therein is highlighted. This is then placed within the current social context in the Netherlands. Finally, the desirability of implementing a registration system in the Netherlands will be discussed by analyzing a similar system that has been implemented in the UK. We conclude that implementing a registration system is an essential step in coming closer to a solution for ethnic profiling.


BSc. Yannick van Eijk
Yannick van Eijk BSc. is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

BSc. Roel Holman
Roel Holman BSc. studeerde Criminologie aan de Universiteit Leiden.

BSc. Linde Lamboo
Linde Lamboo studeert Culturele Antropologie & Ontwikkelingssociologie aan de Universiteit Leiden
Praktijk

Eervol netwerken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Auteurs Willem Timmer en Dr. Janine Janssen
Auteursinformatie

Willem Timmer
Willem Timmer is commissaris van politie en hoofd van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG).

Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld voor de Nederlandse politie en universitair docent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zij is tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Crimmigratie en de morele economie van illegale vreemdelingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden illegal immigrants, crimmigration, moral economy, exploitation
Auteurs Prof. dr. Richard Staring
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal stay in the Netherlands is increasingly criminalized through new measurements and adaptations of the Aliens Law. In order to understand the incorporation of illegal immigrants in this restrictive political context, the ‘moral economy’ is introduced as a concept referring to the norms and expectations regarding justice and reciprocity that serve as guidelines for daily illegal live. This process of crimmigration minimalizes the opportunities of illegal immigrants and as an unintended consequence will push the illegal immigrants further towards charity, informal labour or crime. Paradoxically, illegal immigrants will become more vulnerable for exploitation instead of returning home as was intended.


Prof. dr. Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is hoogleraar Mobiliteit, Toezicht en Criminaliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Uitsluiting voor insluiting: selectie aan de poort?

Een bijdrage over crimmigratie in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden crimmigration, citizenship, article 1F Refugee Convention, pre-sentencing
Auteurs Gera de Grauw MSc., Marit Janssen MSc. en Avalon Leupen MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past few years attention is placed on the influence of immigrants and asylum seekers on the security of the state. Due to this development the Dutch Criminal Law and Immigration Law are ‘merging’. Immigration and safety policies are applied to exclude certain groups of people from society, generally immigrants and (ex)offenders. This article will reflect upon this process by showing the exclusion of people from Dutch society on the basis of article 1F of the Refugee Convention. This legal ground is used as a condition for exclusion and therefore it can be considered as pre-sentencing.


Gera de Grauw MSc.
Gera de Grauw MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.

Marit Janssen MSc.
Marit Janssen MSc. studeerde Forensische criminologie aan de Universiteit Leiden en werkt nu als projectsecretaris op het Ministerie van Veiligheid & Justitie.

Avalon Leupen MSc.
Avalon Leupen MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt zij als docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Immigratie, (des)integratie?

Over het immigratiedebat in Nederland en de Verenigde Staten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Crimmigration, immigration debate, election debate, Arizona
Auteurs LLM. Michiel Glas, Rolf van Wegberg MSc. en BSc. Marten Zoetbrood
SamenvattingAuteursinformatie

    The attitude towards ‘the immigrant’ is changing. Where they used to be seen as a necessity, they are now looked upon with distrust. A consequence of this new attitude is the ‘merging’ of immigration law policy and criminal law. Examples of this in the Netherlands are a law proposal to criminalize illegal stay and a mandatory quorum of illegals that have to be deported each year. In our research we have compared the ‘crimmigration’ discourse in both Arizona and the Netherlands.
    Arizona’s law SB1070 has been the main legal focus in the research. The enactment of the law has been cause of many protests. The public’s fear was focused mainly on civil rights violations; the legal discussion was focused on the federalism issue, brought to Courts by the Obama administration. However, with the Supreme Court handing down its landmark decision in Arizona vs. United States, the legal focus will shift towards the civil rights spectrum.
    In the most recent elections in the Netherlands, the immigration question seems to have been pushed to the background. However, it remains a vital issue when placed in the context of ‘Euro-skepticism’, which has played a major role , as much of the immigration policy making is done by the supra national European legislator.
    We have seen that in the American context the federal government has been a ‘mitigating factor’ in the crimmigration debate to counterbalance draconian immigration policy. We hope that despite recent Euro-skepticism the EU will have a similar mitigating effect.


LLM. Michiel Glas
Michiel Glas LLM. studeerde Rechtsgeleerdheid, specialisatie Straf- en Strafprocesrecht, aan de Universiteit Leiden en is thans advocaat te Gouda.

Rolf van Wegberg MSc.
Rolf van Wegberg MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt hij als onderzoeker/docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en is tevens redactiesecretaris van PROCES.

BSc. Marten Zoetbrood
Marten Zoetbrood BSc. studeert Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Wel de lasten, niet de lusten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden migration law, detention law, human rights, crimmigration
Auteurs LLB. Anne Beckers, Lonneke Bontje MSc., LLB. Silvia Gardini e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper reviews the status quo of immigration law in the Netherlands in regard to the human rights of the European Court of Human Rights (ECHR). Based on a thorough reading of the literature, Dutch detention law and policies aimed at immigrants are reviewed in relation to articles 3, 5 and 6 ECHR and 9 ICCPR to see whether they are compatible and whether a breach of human rights takes place in Dutch detention centres. Even though the ECHR has not yet ruled that Dutch immigration detention breaches drawn conclusions as to a potential breach of human rights, the writers of this paper argue that Dutch policy does potentially violate some of them.


LLB. Anne Beckers
Anne Beckers LLB. is student straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.

Lonneke Bontje MSc.
Lonneke Bontje MSc. studeerde forensische criminologie aan de Universiteit Leiden.

LLB. Silvia Gardini
Silvia Gardini LLB. is student straf- en strafprocesrecht en civiel recht aan de Universiteit Leiden.

David Pinchasik
David Pinchasik is student rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Vreemdelingenbewaring in crimmigratieperspectief

Over de rol van strafrechtelijke antecedenten en het ultimum-remediumbeginsel voor de maatregel van bewaring in de rechtspraktijk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden immigration detention, legal practice, crimmigration, ultimum remedium
Auteurs LLB. Jo-Anne Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    The judge has a very important task in reviewing cases of immigration-related detention and guaranteeing the alien’s safeguards. This study examines the legal practice of reviewing detention orders from the theoretical perspective of crimmigration. Analyses of cases and interviews with judges show that the alien’s criminal background is not important for the review of grounds, but still of significance in the balancing of interests. In addition, the data reveal a protective gap in the reviewing mechanisms for aliens arrested on the basis of identification requirements. Moreover, the ultimum remedium principle proves to be a hollow notion, but the responsibility for its erosion lies largely outside the judicial practice.


LLB. Jo-Anne Nijland
Jo-Anne Nijland LLB. is student Legal Research aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De interactie tussen migratiebeleid en penaal beleid ten aanzien van gedetineerden zonder recht op verblijf in België

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden migration policy, penal policy, illegal migrants, detention
Auteurs Steven De Ridder MSc. en Clara Vanquekelberghe MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since prison overcrowding in Belgium emerged in the late 1980s, irregular migrants in prison were subjected to penal and migration policy initiatives. In this article, particularly (1) the opening of closed administrative detention facilities, (2) the periods of administrative detention in prison and (3) the installation of migration officers who identify irregular migrants in prison will be scrutinized. We will argue that besides a legal approach of the concept Crimmigration − as the convergence of Criminal and Migration Law and procedures − the evolution of the presented migration and penal policy in Belgium is a crucial aspect of the process of Crimmigration.


Steven De Ridder MSc.
Steven De Ridder MSc. is assistent van de vakgroep Criminologie aan de faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de onderzoeksgroep Crime & Society (CriS).

Clara Vanquekelberghe MSc.
Clara Vanquekelberghe MSc. is master in de Criminologische Wetenschappen, behaald mede op basis van de masterproef getiteld De identificatie van irreguliere migratie? De rol van migratieambtenaren in een penale context (begeleider: prof. dr. K. Beyens).
Redactioneel

Crimmigratie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude en Prof. dr. Joanne van der Leun
Auteursinformatie

Mr. dr. Maartje van der Woude
Mr. dr. Maartje van der Woude is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens redactielid van PROCES.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Zuivere aanvaarding door handelingen van een gevolmachtigde?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden als erfgenaam gedragen, zuiver aanvaarden, volmacht, artikel 4:192 BW, verwerping
Auteurs Prof. Mr. E.A.A. Luijten en Prof. Mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de uitspraak van de Rb ’s-Gravenhage 13 juni 2012, LJN BX2012, waarin de rechtbank oordeelt dat de langstlevende zich niet als erfgenaam heeft gedragen. De echtgenoten hebben tijdens leven volmacht en opdracht aan een derde gegeven, gericht op sanering van de onderneming. Na overlijden van een van de echtgenoten heeft de gevolmachtigde de onderneming verkocht. De langstlevende heeft nadien de nalatenschap verworpen. De vraag rijst of zij zich als erfgenaam heeft gedragen.


Prof. Mr. E.A.A. Luijten
Prof. Mr E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Prof. Mr. W.R. Meijer
Prof. Mr W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Toont 1 - 20 van 1172 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.