Zoekresultaat: 353 artikelen

x
Jaar 2019 x
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en internetcriminaliteit in de bioscoop: een spannende film?

Rb. Amsterdam (kanton) 31 oktober 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:7881 (CEO-fraude Pathé)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, werknemersaansprakelijkheid, opzet of bewuste roekeloosheid, ernstig verwijt
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze praktisch-wetenschappelijke bijdrage wordt aan de hand van de CEO-fraude bij Pathé stilgestaan bij het onderscheid tussen de aansprakelijkheidspositie van de bestuurder en de aansprakelijkheidspositie van de werknemer en de in dat verband gehanteerde terminologie.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Verslag WONO-symposium 25 januari 2019

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden loyaliteitsaandelen, waarderingsvragen, dual class-aandelen, DAO, blockchain
Auteurs Mr. K.J. Bakker en Mr. N. Kreileman
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van het symposium van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek (Notarieel) Ondernemingsrecht (WONO) van 25 januari 2019 met lezingen over loyaliteitsaandelen, waarderingsvragen in het ondernemingsrecht, dual class-aandelen bij beursvennootschappen en ‘Coding for Lawyers’.


Mr. K.J. Bakker
Mr. K.J. Bakker is als promovendus en docent (notarieel) ondernemingsrecht verbonden aan het Van der Heijden Instituut (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. N. Kreileman
Mr. N. Kreileman is als promovenda en docente ondernemingsrecht verbonden aan het Van der Heijden Instituut (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is zij redacteur van MvO.
Artikel

De Nederlandse Staat als aandeelhouder in Air France/KLM: een nieuwe deelneming, een nieuw deelnemingenbeleid

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden deelnemingenbeleid, overheidsdeelnemingen, publieke belangen, minderheidsaandeelhouder, Air France-KLM S.A.
Auteurs Mr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankoop van aandelen in Air France-KLM hoopt de Nederlandse Staat de internationale bereikbaarheid van Nederland beter te borgen. Deze bijdrage bespreekt in hoeverre deze aankoop de positie van de Staat versterkt en hoe het huidige deelnemingenbeleid aldus verruimd lijkt te worden met ruimte voor nieuwe overheidsdeelnemingen.


Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

    Nu (de herziene versie van) het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen weer volop in behandeling is bij de Tweede Kamer komen belangrijke wijzigingen in Boek 2 BW voor stichtingen steeds dichterbij. Voor veel soorten stichtingen gelden aanvullende sectorale wetten en governancecodes. In dit artikel komt aan de orde hoe de aankomende wijzigingen zich verhouden tot dergelijke sectorwetten en codes.


Mr. dr. M.J. van Uchelen-Schipper
Mr. dr. M.J. van Uchelen-Schipper is kandidaat-notaris bij Houthoff en docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het non-concurrentiebeding in de ondernemingsrechtpraktijk: vergeet het mededingingsrecht niet!

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden non-concurrentiebeding, overnames, joint venture, aandeelhoudersovereenkomst, kartelverbod
Auteurs Mr. L.E. Haanraadts en Mr. drs. G. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt aan de hand van wet- en regelgeving en jurisprudentie het wettelijk kader besproken dat geldt voor non-concurrentiebedingen in overnameovereenkomsten en aandeelhoudersovereenkomsten. Ook worden mogelijke sancties in geval van een inbreuk op het mededingingsrecht behandeld. Afgesloten wordt met enkele aanbevelingen en aandachtspunten bij het opstellen van non-concurrentiebedingen.


Mr. L.E. Haanraadts
Mr. L.E. Haanraadts is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. drs. G. de Jong
Mr. drs. G. de Jong is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De orthodoxe kerken en de mensenrechten in de 21ste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Theologie, mensenrechten, menselijke waardigheid, oosters christendom
Auteurs Prof. dr. Alfons Brüning
SamenvattingAuteursinformatie

    The article examines and explains the relation of current Eastern Orthodox Theology to the concept of Human Rights. Putting the controversies into a larger historical and theological context, it seeks to highlight the conditions of a variety of Orthodox theological positions. Such positions, with their common features and strong differences, concern issues such as church and state, universalism or theological anthropology and human dignity. Considerations end with arguing, that much of the treasures of the Orthodox tradition still needs to be unearthed – to the benefit of Human Rights, and of all participants in current debates worldwide.


Prof. dr. Alfons Brüning
Prof. dr. A. Brüning werkt sinds 2007 als wetenschappelijk medewerker bij het Instituut voor Oosters Christendom (IvOC) aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2012 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar Orthodoxie, mensenrechten, vredesopbouw in Europa, onder andere aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam (PThU). Zwaartepunten van zijn onderzoek zijn de vroege moderne tijd in Oost-Europa (Polen, Litouwen, Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland), religie in de Sovjet-Unie, religie en kerk in Oekraïne, orthodoxe theologie en mensenrechten.
Overwegende ...

De moeilijke opgave van tolerantie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Nvt, Nvt, Nvt
Auteurs Dr. Marcel Maussen
Auteursinformatie

Dr. Marcel Maussen
Dr. M.J.M. Maussen is universitair hoofddocent bij de afdeling Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is als redacteur verbonden aan het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Islamitische scholen dragen bij aan integratie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden islamitische scholen, Integratie, bijzonder onderwijs, Schoolidentiteit
Auteurs Dr. Marietje Beemsterboer
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike the common expectations, Islamic primary schools can contribute to the integration of Muslims in the Dutch society. This article is a reflection of Dr Beemsterboer’s doctoral research and asks what this conclusion can say about other religion based primary schools.


Dr. Marietje Beemsterboer
Dr. M.M. Beemsterboer promoveerde in 2018 op het proefschrift Islamitische basisscholen in Nederland. Ze werkt als leerkracht in het basisonderwijs en is verbonden aan het Centre for the Study of Islam and Society van de Universiteit Leiden (LUCIS). m.m.beemsterboer@gmail.com
Artikel

Extremisme gezien vanuit de Dialogical Self Theory

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Extremism, zelf, Democratie, Dialog, Diversiteit
Auteurs Prof. dr. Frans Wijsen en em. prof. dr. Hubert Hermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Extremism is a phenomenon that bothers various EU member states. It is difficult to define, and difficult to study. In this contribution we look at extremism from the perspective of the Dialogical Self Theory (DST). This theory is well-known in personality psychology. Recently is has got a development that could make it relevant for understanding, predicting and preventing extremism. The issue at stake is the relation between diversity, dialogue and democracy.


Prof. dr. Frans Wijsen
Prof. dr. F.J.S. Wijsen is hoogleraar Religie- en missiewetenschap, en decaan van de faculteit Theologie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij redigeerde onder andere (met Kocku von Stuckrad) Making Religion. Theory and Practice of Discursive Study of Religion (Brill, 2016).

em. prof. dr. Hubert Hermans
Dr. H.J.M. Hermans is emeritus hoogleraar Psychologie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij is de grondlegger van de Dialogical Self Theory en president van de International Society for Dialogical Science. Hij is auteur van Society in the Self: A theory of identity in democracy (Oxford University Press 2018). hhermans@psych.ru.nl
Artikel

Access_open Het boeddhisme en de ideale staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Aziatisch leiderschap, Koningschap, ideale staat in Azië
Auteurs Prof. dr. Paul van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Buddhism has very specific ideas about an idealized form of government in Asia. These ideas may be ancient but they very often play a part in the background of politics up to modernity. Even within republics where religious monarchy has long since disappeared, a certain supernatural foundation on the basis of which a government functions may still be present. Opposition to a government can often imply resistance to a world order that is actually of supranatural origin. This article focuses on historical dimensions of this phenomenon (the position of the Buddha, the origin of the monarchy and Emperor Ashoka), but also on modern forms (Sri Lanka, Thailand and Myanmar). Concerning Myanmar, the recent developments around the Rohingyas are placed in a cultural perspective.


Prof. dr. Paul van der Velde
Prof. dr. P.J.C.L. van der Velde is hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn belangrijkste onderzoeksterrein is het boeddhisme in de moderniteit en de transformaties die deze religie mondiaal doormaakt. Recente publicaties zijn onder meer: De oude Boeddha in een nieuwe wereld. Verkenningen in de Westerse Dharma. (2015); Sundarikatha, het verhaal van Sundari, schoonzus van de Boeddha. Sundarikatha, the story of Sundari, sister in law of the Buddha. A poem in Sanskrit (2016). Met Thomas Quartier osb schreef hij Zinzoekers. Dialogen over religie tussen oost en west (2018). p.vandervelde@ftr.ru.nl
Artikel

Christelijke identiteit als cultureel gegeven in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden christendom, Warden, Cultuur, Macht
Auteurs Prof. dr. Matthias Smalbrugge
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch approach of religious matters is still characterized by an approach that fits in the 19th century, not in the 21st. This approach considers religion as a private matter without taking into account the cultural dimension of religion. Such an approach is not keeping the pace of the development of religion in a post-secular world and it loses sight of the modern debate on religion elsewhere in Europe. In particular it tends to ignore the cultural value of Christianity by pointing at the deconfessionalization. The article focuses on the role the Christian narrative has in making visible the issue of power.


Prof. dr. Matthias Smalbrugge
Prof. dr. M.A. Smalbrugge is hoogleraar Europese cultuur en Christendom aan de faculteit Religie en Theologie van de VU. Zijn onderzoeksveld is begrippen als beeld, herinnering, autobiografie en de breukvlakken in de religieuze tradities van Europa. Hij publiceerde met name over Augustinus.
Artikel

De kerk als werkgever

De spanningsvolle relatie tussen kerkelijk recht en het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Kerkgenootschap, Grondrechten, Gelijke behandeling, Tendenswerkgever, Ontslagrecht
Auteurs Wijnand Zondag
SamenvattingAuteursinformatie

    As a special employer, the church has an interest in shaping its own personnel policy in order to achieve the mission and objective. In part, the legislator has met this need. After all, various laws in the field of appointment, terms of employment and dismissal take account of the specific interests of the church as described before. The external border consists of fundamental human rights that are included in the ECHR and the European Directive on equal treatment. It is not always clear where the external border is exactly. The Dutch legislation regarding the battle of ‘church law’ and fundamental rights is not consistent. Moreover, there we notice a tension between national law and the European directive.


Wijnand Zondag
Dr. W. Zondag was van 2003 tot 2015 hoogleraar Arbeidsecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2015 is hij voorganger in een kerkelijke gemeente. Daarnaast publiceert hij op het terrein van het snijvlak religie en recht en verricht hij onder andere promotieonderzoek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Externe betrekkingen

Amerikaanse sancties op Iran en de Europese blokkeringsverordening: Europese ondernemingen in een lastige spagaat

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden blokkeringsverordening, internationale sancties, Iran, Verenigde Staten, Blocking Statute
Auteurs Mr. N.M.D. van der Aa en Mr. S.H. Stax
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de reactie van de Europese Unie op de hernieuwde economische sancties vanuit de Verenigde Staten (VS) op Iran. Deze sancties zijn in 2018 weer van kracht geworden nadat de VS zich terugtrok uit het Joint Comprehensive Plan of Action, ook wel bekend als het Iraanse atoomakkoord. In het bijzonder gaan de auteurs in op de werking van de Europese blokkeringsverordening. Dit wetgevingsinstrument beoogt Europese bedrijven die handel drijven met Iran te beschermen tegen de dreiging van Amerikaanse sancties, maar zorgt eerder voor meer moeilijkheden.
    Verordening (EG) 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen, PbEG 1996, L 309/1.


Mr. N.M.D. van der Aa
Mr. N.M.D. (Neyah) van der Aa is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. S.H. Stax
Mr. S.H. (Seppe) Stax is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Asiel en migratie

Integratie in het EU-migratierecht; uniformiteit of maatwerk?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden inburgering, verblijfsrechten, objectieve rechtvaardigingsgrond, evenredigheidsbeginsel
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest C en A is het derde arrest waarin het Hof van Justitie oordeelt over de bevoegdheid van lidstaten om integratievoorwaarden te stellen. Het uitgangspunt, dat kennis van de taal en de samenleving bijdraagt aan de integratie van vreemdelingen in hun gastlidstaat, wordt bevestigd. Dit is ook het geval voor de invulling van de beoordelingsruimte die lidstaten genieten in de uitvoering van deze bevoegdheid; integratievoorwaarden mogen geen selectiemiddel zijn. Integratie komen we ook tegen in de rechtspraak van het Hof van Justitie als doel van een wetgevingsmaatregel dat bepalend is voor de uitleg van rechten in die wetgevingsmaatregel en als objectieve rechtvaardigingsgrond in de context van de stand still-bepalingen in het Associatierecht EEG-Turkije. Zijn de rechtsregels in deze ‘integratierechtspraak’ onderling inwisselbaar, of is de invulling van het begrip integratie afhankelijk van de juridische context waarin het wordt gebruikt? De aanleiding voor deze bijdrage zijn de recente uitspraken van het Hof van Justitie in de zaken C en A en Yön. Om deze onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden worden deze arresten ingebed in de eerdere arresten van het Hof van Justitie over integratie.
    HvJ 7 augustus 2018, zaak C-123/17, Nefiye Yön/Landeshauptstadt Stuttgart, ECLI:EU:C:2018:632 en HvJ 7 november 2018, zaak C-257/17, C en A/Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, ECLI:EU:C:2018:876


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan Tilburg University en is vaste medewerker van dit tijdschrift.
Strafrecht

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie komt eraan: waakhond of papieren tijger?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, EOM, Rechtsbescherming, OLAF, Onderneming
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigd dat Nederland gaat deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting te onderzoeken, vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen, een taak die tot dusver was voorbehouden aan de nationale vervolgingsautoriteiten (in Nederland het Openbaar Ministerie). Dit past in een trend waarbij de Unie, die historisch gezien indirect handhaaft, steeds vaker aan directe handhaving doet. Ook past het bij een Unie die steeds meer strafrechtelijke taken naar zich toetrekt: waar strafrechtelijke samenwerking tot het Verdrag van Lissabon nog behoorde tot de derde pijler, bestaan inmiddels meerdere Europeesrechtelijke strafrechtelijke agentschappen, waaronder Eurojust, Europol en OLAF. Er wordt ook wel gesproken van een europeanisering van het Nederlands strafrecht. De ambities van de Commissie voor het EOM strekken echter verder dan alleen het bestrijden van fraude. In deze bijdrage gaan wij in op de achtergrond van het EOM, de inrichting en taken van het EOM en de betekenis daarvan voor personen en ondernemingen die verdacht worden van strafbare feiten die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(‘EOM’), PbEU 2017, L 283/1-71
    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, PbEU 2017, L 198/29-41


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Legisprudentie

Adviezen van de Raad van State in jurisprudentie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden wetgevingsadvisering, legisprudentie, Raad van State, rechtsvinding
Auteurs Mr. M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    De rubriek ‘Legisprudentie’ is terug van weggeweest. In komende afleveringen worden trends of trendbreuken in het werk van de Afdeling advisering van de Raad van State gesignaleerd en geduid. Deze eerste keer gaat de aandacht uit naar het gebruik van adviezen bij de rechtspraak. Welke rol speelt wetgevingsadvisering bij rechterlijke rechtsvinding?


Mr. M. Nap
Mr. M. (Mentko) Nap is docent Staatsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het mededingingsrechtelijke speelveld bij bestuursakkoorden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden bestuursakkoorden, mededingingsrecht, Unietrouw, nuttig effect, wetsvoorstel duurzaamheidsinitiatieven
Auteurs Mr. G.J. van Midden
SamenvattingAuteursinformatie

    Afspraken die overheden en ondernemingen in bestuursakkoorden maken kunnen in strijd komen met de (Europese) mededingingsregels. Daarbij lopen niet alleen de ondernemingen een risico, ook overheden riskeren het verwijt tot mededingingsbeperkende gedragingen ‘aan te zetten’ en daarmee de nuttige werking van de mededingingsregels in gevaar te brengen. In een recent wetsvoorstel heeft de regering een wettelijk systeem voorgesteld, waarmee duurzaamheidsinitiatieven van de mededingingsregels kunnen worden uitgezonderd. Dit wetsvoorstel lijkt ook interessant voor bestuursakkoorden. Het is echter onzeker of deze wet in lijn is met het Europese recht. Alternatieven, waaronder de leer van de inherente beperkingen, zijn denkbaar. Zekerheid hierover zal echter van de Commissie of het Hof van Justitie moeten komen.


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is EU-jurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Access_open Is een ‘akkoorden-democratie’ wel een democratie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden parlement, politieke legitimiteit, wetgeving, poldermodel, regeerakkoord
Auteurs Prof. dr. R.A. Koole
SamenvattingAuteursinformatie

    De toename en verbreding van politiek-maatschappelijke akkoorden (tussen politici en belangenorganisaties) en parlementaire akkoorden (tussen fracties in de Tweede Kamer) roept de vraag op of de parlementaire democratie hiermee gediend is. Internationale literatuur wijst op de ontwikkeling naar een verzwakking van de positie van parlementen. De Nederlandse praktijk van ‘regeren bij akkoord’ versterkt deze trend, met name in het geval van politiek-maatschappelijke akkoorden (waaronder klimaatakkoorden). Het eventuele gebruik van dergelijke akkoorden zou zo moeten worden vormgegeven dat het parlement voldoende tijd en ruimte heeft om de resultaten ervan te doorgronden en eventueel te wijzigen.


Prof. dr. R.A. Koole
Prof. dr. R.A. (Ruud) Koole is hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 353 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 17 18
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.