| Artikel |
Overname van vorderingen en verrekening bij faillissement |
| Trefwoorden | faillissement, overname van vorderingen, verrekening van vorderingen |
| Auteurs | Prof. mr. B. Wessels |
| SamenvattingAuteursinformatie |
|
De auteur bespreekt de grondgedachte achter de mogelijkheid van verrekening bij faillissement (art. 53 Fw) en gaat uitvoerig in op de in art. 54 Fw opgenomen uitzondering. Voorts wordt aandacht gegeven aan de positie van een bank in het geval dat een debiteur van de (gefailleerde) schuldenaar zijn schuld aan deze heeft voldaan door storting op diens rekening bij een bank en deze zich wil verrekenen. Ten slotte wordt kritisch de leer van de Hoge Raad besproken (die art. 54 Fw toepast indien sprake is van een vóór het faillissement overgenomen schuld of vordering en het beroep op verrekening plaatsvindt op een tijdstip gelegen vóór de dag van de faillietverklaring), alsook de wijze waarop een ‘overnemer’ (vaak: bank) zich tegen de aantasting van de transactie op grond van art. 54 Fw kan behoeden. |
| Artikel |
World Online en de zorgen van een lead manager |
| Trefwoorden | prospectusaansprakelijkheid, collectieve actie, misleiding, zorgplicht |
| Auteurs | Mr. B.W.G. van der Velden |
| SamenvattingAuteursinformatie |
|
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 27 november 2009 onomwonden bevestigd dat World Online en de joint lead managers ABN AMRO en Goldman Sachs onrechtmatig hebben gehandeld jegens beleggers die rondom de beursintroductie in World Online hebben geïnvesteerd. Duidelijk wordt dat de Hoge Raad deze zaak heeft aangegrepen om een paar heldere, maar ook verstrekkende lijnen uit te zetten over het karakter van collectieve acties, prospectusaansprakelijkheid en de zorgplicht rondom de beursgang. De Hoge Raad predikt een abstracte toets. |
| Artikel |
Het beroep van een bank op de schijn van volmachtverleningHR 19 februari 2010, LJN BK7671 (Bera Holding/ING) |
| Trefwoorden | volmachtverlening, gerechtvaardigd vertrouwen |
| Auteurs | Mr. B.M.M. van der Goes |
| SamenvattingAuteursinformatie |
|
In deze bijdrage komt de vraag aan de orde of in deze zaak de maatstaf voor een bank bij de beoordeling of gerechtvaardigd vertrouwd mag worden op de schijn van volmachtverlening dient te worden aangescherpt. Daarnaast komt de waardering van de omstandigheden aan de orde, die een gerechtvaardigd vertrouwen op de schijn van volmachtverlening van de bank met zich mee kunnen brengen. |






