M_en_m_omslag_large
Rss

Markt & Mededinging

Meer op het gebied van Europees recht en mededingingsrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 6, 2011 Alle samenvattingen uitklappen
Redactioneel

Onverwachte bedrijfsbezoekingen

Auteurs Mr. R. Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. R. Wesseling
Mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en Professor of Competition Law and Regulation aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Over moeders en dochters

Het weerlegbaar vermoeden in de praktijk

Trefwoorden kartel, aansprakelijkheid moederonderneming, weerlegbaar vermoeden, beslissende invloed, motiveringsgebreken
Auteurs Mr. F. Muller en Dr. mr. S. Verschuur
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. F. Muller
Mr. Frans Muller is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.

Dr. mr. S. Verschuur
Dr. mr. S. Verschuur is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.
Artikel

De redelijke termijn in het mededingingsrecht

Nog altijd redelijk?

Trefwoorden redelijke termijn, rechten van verdediging, artikel 6 EVRM, schending
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. M.J. van Joolingen
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit artikel 6 lid 1 EVRM volgt de plicht een procedure binnen een redelijke termijn te berechten. Artikel 6 EVRM is onverkort van toepassing op mededingingsprocedures. Het leerstuk van de redelijke termijn in mededingingszaken is sinds enkele jaren een bekend fenomeen, zowel Europees als nationaal. Het leerstuk is echter nog altijd in ontwikkeling. In deze bijdrage staan wij stil bij de laatste ontwikkelingen op het gebied van de redelijketermijnjurisprudentie in het (Europese) mededingingsrecht.


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

De herziening van het Altmark-pakket

Nieuwe regels voor staatssteun en diensten van algemeen economisch belang

Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang (DAEB), Altmark, compensatiebeginsel, artikel 106 lid 2 VWEU
Auteurs Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Altmark uit 2003 betekende een doorbraak ten aanzien van de behandeling van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) onder de staatssteunregels.1x HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253. De Commissie bouwde in 2005 voort op dit arrest met een aantal samenhangende maatregelen op grond van artikel 106 lid 3 TFEU die erop gericht waren een kader te stellen voor DAEB die niet aan alle Altmark-voorwaarden voldeden maar de minimis waren of om andere redenen in aanmerking kwamen voor een vrijstelling op basis van artikel 106 lid 2 VwEU.2x Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153. Dit kader wordt hier het Altmark-pakket genoemd.3x Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’. Op grond van de tussentijds opgedane ervaring en een uitgebreide consultatie heeft de Commissie in september 2011 voorstellen gedaan voor de herziening van het Altmark-pakket met de bedoeling de nieuwe maatregelen nog in 2011 of januari 2012 vast te stellen. In deze bijdrage worden eerst kort het Altmark-arrest en het huidige Altmark-pakket besproken om vervolgens uitgebreider in te gaan op de nieuwe voorstellen. De nadruk ligt daarbij op de verschillen met de huidige situatie.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel, met dank aan Hans Vedder, Rein Halbersma en Michiel Veersma voor hun commentaar.
  • 1 HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253.

  • 2 Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153.

  • 3 Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’.


Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij Tilburg University (TILEC) en bij de Nederlandse Zorgautoriteit.
Column

Nalevingsprogramma’s

Auteurs Prof. dr. M.P. Schinkel
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. dr. M.P. Schinkel
Prof. dr. M.P. Schinkel is hoogleraar Competition Economics and Regulation aan de Universiteit van Amsterdam en co-director van het Amsterdam Centre for Law and Economics (ACLE).
Jurisprudentie

CBb stelt grenzen aan alles-in-één-hand stelsel

Trefwoorden functiescheiding, alles-in-één-hand stelsel, bouwfraude, onderzoek, uitsluiting van bewijs
Auteurs Mr. B.H.J. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij uitspraak van 30 augustus 20111x LJN BR6737. bevestigt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 28 april 20092x LJN BI3337. waarin de rechtbank oordeelde dat de NMa de verplichting tot functiescheiding zoals bedoeld in artikel 54a Mw had geschonden. Het CBb overweegt dat de verplichting tot functiescheiding ertoe strekt te verzekeren dat de beslissing om al dan niet een boete op te leggen objectief en onbevooroordeeld plaatsvindt. Volgens het CBb had de NMa zich in de onderhavige zaak niet van die verplichting gekweten. De Juridische Dienst van de NMa had namelijk voorafgaand aan het primaire besluit bij een derde partij feitelijke informatie opgevraagd. Het opvragen van dergelijke informatie kwalificeert als een onderzoekshandeling en is voorbehouden aan de daartoe aangewezen ambtenaren van de NMa. Het CBb overweegt dat binnen het in de Mededingingswet voorziene alles-in-één-hand stelsel de verplichting tot functiescheiding van fundamentele betekenis is. Het CBb verbindt daaraan vervolgens de conclusie dat niet alleen het procedureel incorrect verkregen bewijsmateriaal moet worden uitgesloten, maar dat de ‘smet’ van dit bewijsmateriaal ook kleeft aan de waardering van het reeds in de onderzoeksfase verkregen bewijsmateriaal.

Noten


Mr. B.H.J. Braeken
Mr. B.H.J. Braeken is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Jurisprudentie

FA Premier League/Karen Murphy

Trefwoorden Uitzendrechten, territoriale exclusieve licenties, handel in decoders, absolute gebiedsbescherming bij content
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De tamelijk opgewonden berichtgeving over de uitspraak van het Hof van Justitie van 4 oktober jl. in de FA Premier League-zaak doet vermoeden dat de tijden van Bosman en het Luxemburgse activisme van de jaren zeventig herleven. Belangwekkend is het arrest zonder meer, maar goed beschouwd minder spectaculair voor het mededingingsrecht dan voor het recht van de intellectuele eigendom.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Van Drie/Alpuro

Trefwoorden inkoopmacht, geografische marktafbakening, concentratiecontrole, doorgifte inkoopvoordelen, kalfsvlees
Auteurs Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 mei 2010 heeft de NMa besloten dat voor de voorgenomen overname van Alpuro Holding B.V. (Alpuro) door Van Drie Holding B.V. (Van Drie) geen vergunning is vereist.1x Besluit van de Raad van Bestuur van de NMa van 4 mei 2010, zaaknr. 6891, Van Drie/Alpuro. Van Drie en Alpuro zijn actief op het gebied van de verkoop van kalfsvlees en in verschillende lagen in de bedrijfskolom die hieraan voorafgaan: in de mesterij, waarin nuchtere kalveren door kalvermesters worden gemest tot vette kalveren; en in de slachterij, waarin vette kalveren worden geslacht en verwerkt.Er is overlap tussen Van Drie en Alpuro in de mesterijfase. Beide partijen kopen nuchtere kalveren in op verzamelplaatsen en Van Drie ook nog op veemarkten. Beide sluiten contracten af met kalvermesters die de nuchtere kalveren vetmesten, en produceren kalvermelk voor de mesterij, waarbij Van Drie ook nog grondstoffen voor kalvermelk produceert. Verder is er ook overlap in de slachterijfase. Partijen beschikken allebei over slachtcapaciteit waar de vette kalveren van hun contractmesters worden geslacht, en met name Van Drie koopt daarnaast ook vette kalveren in bij derden. Ten slotte is zowel Van Drie als Alpuro actief in de verkoop van kalfsvlees.

Noten

  • * De auteur bedankt drs. J. Rosenstok voor commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
  • 1 Besluit van de Raad van Bestuur van de NMa van 4 mei 2010, zaaknr. 6891, Van Drie/Alpuro.


Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is econoom bij Lexonomics.