Rdw_2018_39_02_front
Rss

Recht der Werkelijkheid

Meer op het gebied van Algemeen

Over dit tijdschrift  
Aflevering 1, 2011 Alle samenvattingen uitklappen

Koen Van Aeken
Koen Van Aeken studeerde politieke en sociale wetenschappen en methodologie en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2006 is hij verbonden aan de Tilburg Law School. Zijn onderwijs en onderzoek situeren zich op het terrein van de interdisciplinaire benadering van het recht, met bijzondere aandacht voor reguleringsvraagstukken.
Artikel

Verzet tegen gedoogbeleid: iets typisch rechts?

Trefwoorden punitive turn, political conservatism, ‘gedoogbeleid’, administrative tolerance
Auteurs Peter Mascini en Dick Houtman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article demonstrates on the basis of a representative survey among the Dutch population (N=1,892) that it is not necessarily politically ‘rightist’ or ‘conservative’ to resist the toleration of illegal activities (‘gedoogbeleid’). Even though, generally speaking, political conservatives are most likely to be critical, this is merely because they unconsciously associate the latter with practices of tolerating illegal activities by marginal individuals. Whereas conservatives hence oppose the latter more than political progressives do, the latter for their part are more critical than conservatives about tolerating illegal activities by official agencies. These findings illustrate that gedoogbeleid does not have a universal legitimacy in the eyes of the public, but that its legitimacy is determined case by case by the concrete aims and targets addressed by this policy instrument.


Peter Mascini
Peter Mascini is universitair docent sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn onderzoek richt zich op de legitimiteit, uitvoering en handhaving van publiek beleid. Hierover heeft hij onder andere gepubliceerd in Law and Policy, Regulation and Governance, British Journal of Criminology, International Migration Review en Tijdschrift voor Criminologie.

Dick Houtman
Dick Houtman is als hoogleraar cultuursociologie verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verricht overwegend onderzoek naar de spiritualisering van religie en de culturalisering van de politiek in hedendaagse westerse samenlevingen. Zijn twee recentste boeken zijn Religions of modernity (2010; red. met Stef Aupers) en Paradoxes of individualization (in druk; met Stef Aupers en Willem de Koster).
Artikel

Van besluit tot beslechting: ervaringen van burgers met de bezwaarprocedure

Trefwoorden objection procedure, procedural justice, citizens’ experiences, qualitative study
Auteurs Mirjan Oude Vrielink en Boudewijn de Waard
SamenvattingAuteursinformatie

    The GALA lays down general rules that in principle apply to the entire field of administrative law. If a decision by an administrative body can be appealed to a court, the general rule is that an objection procedure must be followed before the matter can be taken to court. Recently, research has been conducted to survey citizens’ experiences before and during objection procedures, as well as factors influencing these experiences. The research was divided into a quantitative research and a subsequent qualitative study to gain insight into the underlying mechanisms. The article reports about the major findings of the qualitative study.
    On the whole, the interviewees appreciated their treatment at the hearing. They indicated that they were able to expound their position (voice), that their arguments were taken seriously (trustworthiness), and that they were treated with respect (interpersonal respect). On these elements, the qualitative study paints a slightly rosier picture than the quantitative study.
    The most critical comments on the hearing we recorded concerned the attitude of those representing the administrative authority in cases that were considered by an independent committee. That attitude was often judged to be rigid and the respondents were annoyed by the appearance at the hearing of (‘yet’) another official than the one(s) they had previously been in contact with.
    Many administrative bodies have chosen to use an informal approach which implies the use of mediation skills, after an objection has been lodged. When informal resolution was attempted, the response of the interviewees concerned was by no means invariably positive, and in some cases even distinctly negative.
    The interviews showed that the objectors would have preferred to have had more information about the actual objection procedure in detail and in advance. A number of interviewees indicated that they felt very uncomfortable when certain procedural aspects were sprung on them, such as the presence of the opposing party (which they had not expected) and a medical examination being carried out. Ambiance matters. It was found that the perceived level of treatment could be influenced by subtle expressions of social etiquette. The research shows that objectors set great store by a proper reception and value the physical layout of the hearing venue.


Mirjan Oude Vrielink
Mirjan Oude Vrielink is bestuurskundige en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift. Zij werkt als senior onderzoeker aan de Universiteit Twente. In deze functie is zij momenteel betrokken bij twee projecten: ‘Burgers maken hun buurt’ en ‘Evaluatie Wijkcoaches Velve-Lindenhof’. Belangrijke thema’s in haar wetenschappelijke onderzoek zijn burgerparticipatie, zelfregulering en coregulering, horizontale verantwoording, goed bestuur en de rol van professionals. Met B.R. Dorbeck-Jung e.a. publiceerde zij recent het artikel ‘Contested hybridization of regulation: Failures of the Dutch regulatory system to protect minors from harmful media’ (Regulation and Governance 2010-4(2), p. 113-260).

Boudewijn de Waard
Boudewijn de Waard is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. Daarvóór was hij verbonden aan de juridische faculteit van de Universiteit van Utrecht (1980-1991), laatstelijk als universitair hoofddocent. Van 1977 tot 1980 was Boudewijn de Waard advocaat te Utrecht.
Discussie

Technoregulering: regulering of ‘slechts’ disciplinering

Trefwoorden regulation by technology, code as law, legitimacy, rule of law, regulation
Auteurs Ronald Leenes
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution Ronald Leenes discusses the implications of technoregulation, i.e. regulation by means of technology. Starting from Julia Black’s definition of regulation he discusses how technologies are used to alter or modify human behaviour. One of the objections he raises concerns the intransparency of the norm that is thus enforced, and he argues that technoregulation easily becomes administration or discipline rather than law.


Ronald Leenes
Ronald Leenes is geïnteresseerd in de rol die technologie speelt en kan spelen in het reguleren van menselijk gedrag en binnen welke randvoorwaarden dit plaats moet vinden. Toepassingsgebieden hiervan binnen zijn huidige blikveld zijn privacy, identiteit en identiteitsmanagement, en intellectueel eigendom. Hij is betrokken (geweest) bij onderzoek op het gebied van biometrie, human enhancement, RFID, Ambient Intelligence en nanotechnologie. Hij heeft in verschillende (KP6 en KP7) Europese onderzoeksprojecten gewerkt op het gebied van privacy en identeit(smanagement). Hij is tevens betrokken bij diverse nationale onderzoeksprojecten rond online-identiteit.
Discussie

Technologische en juridische normativiteit: het tekort van het reguleringsparadigma

Een respons op Leenes’ ‘Technoregulering’

Trefwoorden regulation by technology, code as law, legitimacy, rule of law, regulation
Auteurs Mireille Hildebrandt
SamenvattingAuteursinformatie

    Mireille Hildebrandt responds to the article of Ronald Leenes. She largely agrees with Leenes’ objection that technoregulation threatens to conflate rule-making (a task of the legislator) with administration (a task of the executive). In her reply she rejects the external perspective that is inherent in regulation as behaviour-modification, arguing that legal subjects are not to be seen as mere objects of regulation. At the same time she calls for a reflection on the normative implications of technological infrastructures for existing legal rights, e.g., on privacy, even if these implications were not intended by a regulator.


Mireille Hildebrandt
Mireille Hildebrandt is hoogleraar ICT en rechtsstaat aan de Radboud Universiteit Nijmegen, hoofddocent rechtstheorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker aan Law Science Technology and Society Studies (LSTS) aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek richt zich in het bijzonder op de implicaties van slimme (proactieve) omgevingen voor rechtsstaat en democratie. Zij was deelprojectleider van het Europese KP6-project the Future of Identity in Information Society (FIDIS) en is momenteel betrokken bij het Europese KP7-project Security Impact Assessment Measurement (SIAM). Zij is naar Brussel gedetacheerd op het fundamenteel onderzoeksproject Law and Autonomic Computing. Mutual Transformations, redigeerde samen met Serge Gutwirth Profiling the European citizen. Cross-disciplinary perspectives (Springer: Dordrecht 2008) en samen met Antoinette Rouvory Law, human agency and autonomic computing. The philosophy of law meets the philosophy of technology (Routledge: New York 2011).
Discussie

Naschrift

Auteurs Ronald Leenes
Auteursinformatie

Ronald Leenes
Ronald Leenes is geïnteresseerd in de rol die technologie speelt en kan spelen in het reguleren van menselijk gedrag en binnen welke randvoorwaarden dit plaats moet vinden. Toepassingsgebieden hiervan binnen zijn huidige blikveld zijn privacy, identiteit en identiteitsmanagement, en intellectueel eigendom. Hij is betrokken (geweest) bij onderzoek op het gebied van biometrie, human enhancement, RFID, Ambient Intelligence en nanotechnologie. Hij heeft in verschillende (KP6 en KP7) Europese onderzoeksprojecten gewerkt op het gebied van privacy en identeit(smanagement). Hij is tevens betrokken bij diverse nationale onderzoeksprojecten rond online-identiteit.
Praktijk

Toezicht en controle in de jeugdzorg

Het omgaan met risico’s en dilemma’s in de jeugdbeschermingspraktijk

Trefwoorden monitoring, risk management, child protection, child abuse
Auteurs Tirza Kuijvenhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims at exploring dilemmas that child protection workers cope with in daily practice, concerning noticing and acting on suspicions of child abuse. More specifically it addresses the tensions between a growing pressure on a formalisation of practice and sharing information on the one hand, and professional values of child protection work, like autonomy and professional confidentiality, on the other.


Tirza Kuijvenhoven
Tirza Kuijvenhoven is als promovendus werkzaam bij de Sectie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij heeft Pedagogische Wetenschappen gestudeerd aan de Universiteit Leiden en Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij heeft als onderzoeker gewerkt bij de Universiteit Leiden en bij het Nederlands Jeugdinstituut, een landelijk kennisinstituut voor de jeugdzorgsector.

Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waar ze werkt aan een adviesrapport over toezicht. Daarnaast is ze als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Tilburg, waar ze werkt aan een bestuurskundig proefschrift over legitimiteit van regelgeving. Hiervoor heeft zij gewerkt als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde op de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie. Meike Bokhorst studeerde filosofie en journalistiek in Groningen en politicologie aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.

Jean Van Houtte
Jean Van Houtte is emeritus hoogleraar en ererector UFSIA. Hij doceerde sociologie in de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen en sociologie en rechtssociologie in de faculteit Rechten. Hij deed onderzoek en publiceerde over onder meer de organisatie van het rechtssysteem en de gerechtelijke organisatie (onder meer over de arbeidsrechtbank en de rechtshulp) en de juridische beroepen (onder meer over bedrijfsjuristen, de law firms).
Boekbespreking

Kijken in de rechtssociologische keuken

Auteurs Alex Jettinghoff
Auteursinformatie

Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij doet onderzoek naar geschilhantering door bedrijven en het beroep op de rechter, contractuele relaties in het bedrijfsleven, juristen en rechtsontwikkeling en recht en oorlog.

Adriaan Bedner
Adriaan Bedner werkt bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Ontwikkeling, onderdeel van de Rechtenfaculteit van Universiteit Leiden. Hij houdt zich vooral bezig met sociaal-juridisch onderzoek in Indonesië op het gebied van grond, milieu en familie, met bijzondere aandacht voor de rol van rechtbanken en vragen van ‘access to justice’ in brede zin.
Boekbespreking

Inheems in Afrika

Auteurs André Hoekema
Auteursinformatie

André Hoekema
André Hoekema is hoogleraar rechtspluralisme aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder was hij hoogleraar rechtssociologie aan dezelfde universiteit. De laatste vijftien jaar heeft hij zich vooral gericht op de rechtspositie van inheemse volken en minderheidsgroepen in multi-etnische staten. In Nederland bestudeert hij multiculturele tendensen binnen het familierecht en andere rechtsgebieden; in het buitenland onderzoekt hij de betekenis van rechtspluralisme in ontwikkelingsbeleid en ontwikkelingsfilosofieën, waarbij hij vooral naar grondrechten, juridische hervormingen en ‘pluralisering’ van de staat en zijn rechtsorde in Latijns-Amerika en een aantal Afrikaanse landen kijkt. Recente publicaties: J.M. Ubink, A.J. Hoekema & W.J. Assies (red.), Legalising land rights; Local practices, state responses and tenure security in Africa, Asia and Latin America (Leiden University Press: Leiden 2009); R. Grillo, R. Ballard, A. Ferrari, A.J. Hoekema, M. Maussen & P. Shaw (red.), Legal practice and cultural diversity, Farnham UK (Ashgate: Aldershot 2009).

Roland Eshuis
Roland Eshuis verricht, als onderzoeker bij het WODC, empirisch onderzoek naar (civiele) rechtspraak en rechtspleging. Hij promoveerde in 2007 op onderzoek naar interventies ter versnelling van gerechtelijke procedures (Het recht in betere tijden). In 2009 verscheen De daad bij het woord, een onderzoek naar de naleving van civiele rechtspraak. Recent publiceerde hij, met collega’s van de Raad voor de rechtspraak en het CBS, de tweede editie van Rechtspleging civiel en bestuur (2010), waarin statistische gegevens over civiele en bestuursrechtspraak zijn gebundeld. Momenteel verricht Eshuis onderzoeken naar de kwaliteit van juridische dienstverlening, de verhoging van de competentiegrens voor civiele procedures en het aansprakelijk stellen van bestuurders.