Tijdschrift voor Religie, Recht en BeleidAccess_open

Artikel

Tussen hemel en aarde

Ontwikkelingen in de christelijke religie en maatschappelijk engagement

Trefwoorden secularisatie, engagement, kerk, spiritualiteit
Auteurs
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Joep de Hart, 'Tussen hemel en aarde', TvRRB 2010-1, p. 27-33

Dit artikel wordt geciteerd in

    • Secularisatie komt in het hedendaagse Nederland vooral neer op ontkerkelijking en levensbeschouwelijke individualisering. Het belang van de kerken blijft groot als inspiratiebron van maatschappelijk engagement en als milieu waarin dit vorm krijgt. De ontkerkelijking geeft aanleiding tot zorg over de teloorgang van vooral overbruggende vormen van sociaal kapitaal, dat wil zeggen sociale relaties tussen mensen die in allerlei opzichten verschillen van elkaar.

    • 1 Secularisatie?

      Het is lange tijd dringen geweest bij de bak met tomaten, als het om godsdienst gaat. Veel filosofen en sociale wetenschappers stonden daar, zelfs een paar suïcidale theologen. Het doelwit werd gebrandmerkt als ‘opium van het volk’ (Marx), een ‘illusie’, teken van ‘onvolwassenheid’ en een ‘neurose’ (Freud), een ‘projectie’ van de zwakke mens (Feuerbach) en de promotor van een ‘slavenmoraal’ (Nietzsche). Religie hield volgens het koor van criticasters mensen gevangen in een schijnwerkelijkheid, een kinderlijk soort vijfdecembergevoel. ‘Stil maar, wacht maar, alles komt goed …’ En ook als ze wat milder gestemd waren, was het hun te braafjes, te gemakkelijk, te escapistisch ook, omgeven met een bedwelmend odeurtje van mottenballen en hypocrisie. Religie was iets van lege kathedralen, onfeilbare oude mannen, vermolmde mores en versteende hiërarchie, van bigotte bangmakerij, knechting en vrouwonvriendelijkheid – in nomine Dei. Écrasez l’infâme! Het was een kwestie van tijd en iedereen zou de schellen van de ogen vallen. Arthur Schopenhauer meende midden negentiende eeuw getuige te zijn van de laatste schermutselingen. Eens, zo schreef hij, vormde de godsdienst een woud waarin hele legers dekking konden zoeken, maar wat overbleef is slechts een bosje kreupelhout waarin hooguit plaats is voor wat struikrovers zo nu en dan.1xParerga und Paralipomena II. Kap. XV: Über Religion, §182. Bijv. in: A. Schopenhauer, Auswahl aus seinen Schriften, München 1962, p. 109.
      Inmiddels weten we beter. In de klassieke secularisatiethese wordt ervan uitgegaan dat Europa de startmotor van secularisatieprocessen levert, die in de volheid der tijden ook de rest van de wereld in hun greep zullen hebben. Dat de modernisering gepaard gaat met secularisatie behoorde in de sociologie een tijdlang tot de canonieke wijsheid van het vak en was een refrein dat vooral in de jaren zestig en zeventig van de afgelopen eeuw in alle registers werd aangeheven. En inderdaad: de grote kerken worden onmiskenbaar leger en grijzer. Maar dat is iets anders dan het verdwijnen van de belangstelling voor religie. Het heeft eerder te maken met veranderingen in de beleving van religie, die meer individueel en door de persoonlijke ervaring gekleurd is geraakt. Religie schurkt niet langer weg achter gebrandschilderde ramen of de brede rug van ouderlingen, maar zindert en knispert inmiddels op de meest onverwachte plaatsen in de moderne samenleving. Enquêtes laten zien dat slechts een minderheid van de bevolking als atheïst door het leven wenst te gaan. In de tweede helft van de vorige eeuw is niet zozeer het ongeloof als wel het aantal religieuze zoekers toegenomen.2xJ. de Hart & P. Dekker, ‘Churches as voluntary associations: their contribution to democracy as a public voice and source of social and political involvement’, in: S. Roßteutscher (Ed.), Democracy and the Role of Associations. Political, organizational and Social Contexts, Londen/New York 2005, p. 168-196; ibid., ‘Von der Lebensgrundlage zur Dienstleistung: Religion, öffentliche Moral und soziales Engagement in den Niederlanden’, in: A. Bauerkämper & J. Nautz (Hrsg.), Zwischen Fürsorge und Seelsorge. Christliche Kirchen in den europäischen Zivilgesellschaften seit dem 18. Jahrhundert, Frankfurt am Main 2009, p. 287-316; J. de Hart, ‘De toekomst van het verleden; over religieuze veranderingen in een geseculariseerd land’, in: C. van Halen, M. Prins & R. van Uden (red.), Religie doen: religieus handelen in tijden van individualisering, Tilburg 2009, p. 15-28; vgl. ibid., ‘Kerk en parochie als bron van sociaal kapitaal’, in: C. Sterkens & J. van der Meer (red.), Kerk aan de stadsrand, Budel 2004, p. 167-189. Aan beide zijden van het spectrum bevinden zich minderheden. Aan de ene kant een krimpend gezelschap orthodoxe gelovigen, ter andere zijde een nauwelijks groeiend aantal uitgesproken ongelovigen. Beide groepen prijzen zich gelukkig de enige waarheid te bezitten. Terwijl de ene als Gods favoriete kudde via de smalle weg het Beloofde Land tracht te bereiken, wordt de andere niet moe de gelovigen te kapittelen als representanten van culturele stagnatie en archaïsche mores.

    • 2 Spirituele nomaden

      Ondertussen bevindt een ruime meerderheid zich tussen deze twee uitersten. Zij is niet of nauwelijks institutioneel gebonden, maar vertoont de kenmerken van spirituele nomaden, zonder vaste woon- of verblijfplaats en puttend uit verspreide bronnen. Onderzoek leert dat onder deze meerderheid naar verhouding veel ex-kerkelijken zijn te vinden. Die verwijderden zich van de oorspronkelijke bron, maar voelen blijkbaar een toenemende dorst. Onderweg is men zeker, maar of het nog Gods volk is dat het landschap doorkruist is de vraag. De levensvisie is vaak een bric-à-brac van religieuze, pseudoreligieuze en wereldlijke elementen. Kloosters, kerken, tempels, synagogen en moskeeën vormen de traditionele pleisterplaatsen van spiritualiteit. Maar in de tweede helft van de vorige eeuw gingen steeds meer Nederlanders spiritualiteit beschouwen als een persoonlijke zaak die niet of niet noodzakelijk is verbonden met een religieuze gemeenschap of religieuze instituties. Vrijwel de gehele bevolking, en ook een overgrote meerderheid van de kerkleden, is van oordeel dat iemand zeer wel een gelovig mens kan zijn zonder ooit een kerk van binnen te zien. Terwijl op een willekeurige zondag amper 15% van de bevolking in een kerk is te vinden, beschouwt twee derde zich op zijn minst als enigszins, en 40% zich als uitdrukkelijk een gelovig mens. Terwijl het aantal religieuzen drastisch is gedaald, geldt voor het gastenverblijf van menig klooster een wachtlijst.
      Kerkelijke leerstukken zijn minder relevant voor spirituele zoekers dan de ervaringsdimensie van religie. Moderne mensen kunnen op talloze plaatsen en wijzen in aanraking komen met het mysterium tremendum et fascinans, en traditionele kerkelijke doctrines vormen daarbij bepaald niet de belangrijkste inspiratiebron. De houding tegenover religie is veelal experimenteel en experiëntieel, en gericht op een direct contact met het heilige. De generatie van de babyboomers vormt waarschijnlijk een scharnierpunt in deze ontwikkeling. De literatuur die zich verdringt in de kast ‘geestelijk leven’ van de doorsnee boekhandel en het cursusaanbod van bezinningscentra geven de indruk dat er sprake is van een integratie van psychologische noties en spirituele ontwikkeling. Religie wordt beschouwd als een open project of ontwikkelingsopgave waardoor men vaak een leven lang in beslag wordt genomen. Op zekere momenten, op sommige plaatsen, in het gezelschap van bepaalde mensen vallen de stukjes op hun plaats. Het is een even precair als dynamisch evenwicht dat in een verdere levensfase eventueel herschikt zal worden. De ontwikkeling van honkvaste gelovigen naar spirituele nomaden heeft belangrijke gevolgen voor religie als inspiratiebron van maatschappelijke participatie.

    • 3 Kerken en civil society

      In verschillende opzichten nemen de kerken een bijzondere positie in te midden van de vrijwillige verbanden die typerend zijn voor de vaderlandse civil society of het maatschappelijke middenveld. De kerkelijke hoofdrichtingen hebben een – vergeleken met andere maatschappelijke organisaties – lange geschiedenis, nog altijd aanzienlijke omvang en overwegend gemêleerd ledenbestand. De kerken zijn tevens van belang voor de maatschappelijke participatie vanwege de breedte van de onderwerpen waarop zij hun visie formuleren, de invloed die zij veelal blijken te hebben op de beslissingen van hun kernleden en de rol van moreel geweten die hen nog altijd door velen wordt toebedeeld.
      De Nederlandse geschiedenis biedt tal van voorbeelden van sociale bewegingen waarbij de kerken aan de basis stonden, als inspiratiebron of promotor optraden, dan wel als financiers fungeerden – van emancipatiebewegingen tot de vredesbeweging, van moral issue-organisaties tot organisaties gericht op internationale hulp en mensenrechten. Soms spelen kerken een manifeste politieke rol. Zelfs in landen met een formele scheiding tussen kerk en staat betraden kerkelijke en met de kerken geassocieerde instellingen telkens weer de politieke arena en hebben zij politieke bewegingen beïnvloed. Kerkleiders en geestelijken vertolken politieke standpunten in hun preken, herderlijke boodschappen en missiven, kerkelijke vertegenwoordigers vellen publiekelijk oordelen over sociale en morele onderwerpen, kerken leveren faciliteiten voor politieke mobilisatie en maatschappelijk protest, kerkbesturen geven ruimte aan solidariteitsbijeenkomsten of politieke discussies.
      De meeste kerken zijn ingebed in uitgebreide sociale netwerken. Niet alleen hebben ze van oudsher tal van banden met bestuurlijke instanties en circuits van politieke besluitvorming, ook plegen ze sterk geworteld te zijn in lokale gemeenschappen en informele interactiepatronen. Meer dan vier op de tien Nederlanders staan nog steeds ingeschreven bij één van de twee grootste kerkgenootschappen (de RKK en de PKN), die beschikken over ruim vierduizend kerkgebouwen, verspreid over heel het land. Ze bieden daar op plaatselijk niveau het middelpunt en de infrastructuur van 3300 parochiegemeenschappen en gemeentes. De twee kerkgenootschappen mobiliseren elk weekend ruim 800.000 kerkgangers en steunen op een legertje van 3500 priesters, predikanten en diakens, 800 pastorale werkers en 545.000 vrijwilligers.3xZie P. Dekker & J. de Hart, ‘Kerkgangers, investeerders in de civil society’, in: Investeren in vermogen. Sociaal en cultureel rapport 2006, Den Haag 2006, p. 317-338.

    • 4 Maatschappelijk belang van de kerken

      In protestantse kringen is het altijd gebruikelijk geweest dat leken allerlei kerkelijke functies vervullen, maar het is ook voor de katholieken veel sterker gaan gelden. Dat de katholieke kerk de afgelopen decennia in snel tempo is omgevormd tot een geloofsgemeenschap die in hoge mate wordt gedragen door vrijwilligers en niet-gewijde krachten, is een vanuit civil society oogpunt belangrijke ontwikkeling. Terwijl het aantal priesters de afgelopen vijfentwintig jaar afnam met 54%, steeg het aantal vrijwilligers met 19% en het aantal pastorale werkers met maar liefst 164%. In de meeste kerken vinden door de week heel wat meer activiteiten plaats dan op zondag, en de twee soorten activiteiten overlappen elkaar maar ten dele.4xIbid.
      Kerken fungeren niet alleen als instituties die spirituele en praktische bijstand geven aan hun leden, maar genereren ook vaak breder sociaal engagement. Ze dragen in hoge mate bij aan allerlei onbetaalde vormen van sociale dienstverlening. In de kerkelijke gemeenschappen worden tal van activiteiten georganiseerd die mensen kunnen scholen in maatschappelijke vaardigheden en socialiseren in prosociale normen, waarbij men zich bekommert om het welzijn en de rechten van anderen. Ze kunnen het maatschappelijk bewustzijn verruimen en de weg openen naar rekrutering voor ook niet-kerkelijke vormen van activisme. Verba c.s. hebben laten zien dat veel mensen die, vanwege hun opleidingsniveau en beroep, anders veroordeeld zouden zijn tot politieke passiviteit, via hun kerkelijke activiteiten competenties kunnen ontwikkelen die de weg openen voor een succesvolle participatie op andere sociale terreinen.5xS. Verba, K. Lehman Schlozman & H.E. Brady, Voice and equality, Cambridge (MA) 1995. Dat lijkt zeker op te gaan voor de migrantenkerken, die zich in een breed scala aan de marge van grootschalige ontwikkelingen als de vorming van de PKN en veranderingen in de rooms-katholieke kerk in Nederland manifesteren. Maar in het kielzog van de ontkerkelijking lijken allerlei vormen van duurzame maatschappelijke inzet een onzekere toekomst tegemoet te gaan of zelfs weg te kwijnen – en dat geldt met name die vormen waarin bruggen worden geslagen tussen bevolkingsgroepen.

    • 5 Vier ontwikkelingen: krimpkerken en groeikerken

      Het Engelse good fences make good neighbours was gedurende honderd jaar lang het parool van omvangrijke bevolkingsgroepen. Tot ver in de jaren vijftig vormde ons land een soort religieuze archipel, elk eiland met zijn eigen levensbeschouwelijke biotoop. De katholieken leefden binnen hun zuil en namen van daaruit op geheel eigen wijze de omringende samenleving waar; hetzelfde gold voor de gereformeerden en de socialisten. Dat Nederland bestaat niet meer. Er stak een nieuwe wind op en de turbulentie bracht de zuilen in beweging. Vanaf de jaren zestig werden de hekken in hoog tempo neergehaald, waarna de schapen hun herders onder de voet liepen om zich vervolgens in alle windrichtingen over het land te verspreiden. Er hebben zich sindsdien sterke veranderingen voorgedaan in de religieuze beleving van de Nederlanders, waarvan de afbrokkeling van de kerkelijke deelname een van de meest zichtbare is. Niet alleen een reeks van bevolkingsenquêtes (waaronder de God in Nederland-onderzoeken vanaf 19666xZie: G.H.L Zeegers, G. Dekker & J.W.M. Peters, God in Nederland, Amsterdam 1967; W. Goddijn, H. Smets & G. van Tillo, Opnieuw: God in Nederland, Amsterdam 1979; G. Dekker, J. Peters & J. de Hart, God in Nederland 1966-1996, Amsterdam 1997; T. Bernts, G. Dekker & J. de Hart, God in Nederland 1966-2006, Kampen 2007. Vgl.: J. Becker & J. de Hart, Godsdienstige veranderingen in Nederland, Den Haag 2006.), ook institutionele tellingen brengen het verval in beeld. Volgens de registers van de kerken zelf liep het aantal aangeslotenen sinds 1970 terug van 9,7 naar 7,4 miljoen (dat wil zeggen van 75% naar 45% van de bevolking). Het aantal kerkgangers slonk eveneens drastisch en nog sterker dan het aantal mensen dat zich tot een kerkgenootschap (of andere religieuze gemeenschap) rekent. De leegloop van de traditionele volkskerken en een aantal kleinere, vrijzinnige kerkgenootschappen is de eerste van vier grote ontwikkelingen die zich de afgelopen decennia hebben voorgedaan in de religieuze beleving van de Nederlanders. Door de ontbinding van deze kerkelijke gemeenschappen dreigt een belangrijke bron van sociaal engagement en maatschappelijke deelname droog te vallen, en dan gaat het met name om overbruggend sociaal kapitaal, waarbij sociaal heterogene groepen elkaar ontmoeten.7xUitvoeriger hierover o.a. P. Dekker & J. de Hart, ‘Het zout der aarde: een analyse van de samenhang tussen godsdienstigheid en sociaal kapitaal in Nederland’, Sociale Wetenschappen 2002-1, p. 45-61; ibid., ‘Kerkgangers, investeerders in de civil society’, in: Investeren in vermogen. Sociaal en cultureel rapport 2006, Den Haag 2006, p. 317-338; J. de Hart & P. Dekker, ‘Kerken in de Nederlandse civil society: institutionele grondslag en individuele inspiratiebron’, in: W.B.H.J. van de Donk, A.P. Jonkers, G.J. Kronjee & R.J.J.M. Plum (red.), Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie, Amsterdam 2006, p. 139-170; J. de Hart & P. Dekker, ‘Religie als bron van sociaal engagement en moraliteit’, in: M. ter Borg, E. Borgman, M. Buitelaar, Y. Kuiper & R. Plum (red.), Handboek religie in Nederland: Perspectief – overzicht – debat, Zoetermeer 2008, p. 495-516; J. de Hart, ‘Religieuze groepen en sociale cohesie’, in: P. Schnabel, J. de Hart & R. Bijl (red.), Betrekkelijke betrokkenheid; sociaal en cultureel rapport 2008, Den Haag 2008, p. 389-418.

      Naast krimpkerken zijn er ook groeikerken. Een andere ontwikkeling is de opvallende bloei van de pinksterbeweging en een aantal evangelische stromingen. Die groeikerken hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken, zoals een duidelijke identiteit, een sterke oriëntatie op plaatselijke gemeenschappen of subculturen, veel ruimte voor spontane emoties en persoonlijke beleving. Het is niet erg waarschijnlijk dat de succesvolle stromingen de leegloop en vergrijzing bij de rooms-katholieke en protestantse kerk in Nederland kunnen compenseren. Hun rekruteringskracht ontlenen zij voornamelijk aan hergroeperingen in (orthodox-)protestantse kring, niet aan een toestroom van buiten de kerken. Ze zijn geassocieerd met vooral veel samenbindend sociaal kapitaal, activisme ten behoeve van de eigen religieuze gemeenschap.8xJ. de Hart, ‘Religie en participatie’, in: P. Dekker & J. de Hart (red.), Vrijwilligerswerk in meervoud. Civil Society en Vrijwilligerswerk, deel 5, Den Haag 2009, p. 155-177; J. Becker & J. de Hart, Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland, Rijswijk/Den Haag 1997; vgl. Becker & De Hart (2006).

    • 6 Migrantenkerken

      Het religieuze landschap is sterk aan het veranderen, niet alleen door de sterk toegenomen buitenkerkelijkheid en herschikkingen binnen christelijk Nederland, maar ook via grote groepen immigranten, die behalve hun taal en cultuur ook hun religie meebrachten – een derde ontwikkeling. In de media, de politiek en tot voor kort ook in de wetenschappelijke wereld concentreert de aandacht zich op de ruim 850.000 moslims in ons land. Onder de nieuwkomers is het christendom echter de grootste religie: in ons land wonen naar schatting ruim 1,3 miljoen christenmigranten, van wie bijna 517.000 uit niet-westerse landen. Zij wonen overwegend in de Randstad en het merendeel is katholiek. Er zijn naar schatting 900 immigrantenkerken en 200 kerken met diensten in een buitenlandse taal actief, die vooral in de grote steden gehuisvest zijn.9xH. Stoffels, ‘A coat of many colours: new immigrant churches in the Netherlands’, in: M. Jansen & H. Stoffels, A moving God, Zürich/Berlijn 2008, p. 13-29; M. van der Meulen & H. Stoffels, Participation of immigrant churches in Dutch civil society, Paper voor de Annual Meeting van de SSSR (Society for the Scientific Study of Religion), te Tampa (Florida), op 2-4 november 2007; M. Jansen & H. Stoffels, A moving God: immigrant churches in the Netherlands, Zürich/Berlijn 2008, p. 13-29. Tot op heden is nog maar een beperkt aantal onderzoeken beschikbaar, maar die suggereren dat migrantengemeenten en migrantenkerken een aanzienlijke rol spelen bij de opvang en integratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving. Zij bieden een ontmoetingsplaats met geestverwanten in een land dat vaak nog onvertrouwd is, en zij verlenen geestelijke hulp of begeleiding bij ingrijpende gebeurtenissen (geboorte, huwelijk, rouwverwerking, ontslag, relatieproblemen). Daarnaast geven zij praktische bijstand door de migranten op allerlei terreinen wegwijs te maken in de nieuwe maatschappij (bij het aanvragen en gebruik van voorzieningen, bij medische zorg en onderwijs, bij sollicitaties en ontslag). Bijna allemaal zijn ze erop gespitst via netwerken van steun en hulp de participatie van hun leden in de Nederlandse samenleving te bevorderen. Zij dragen bij aan een goede sociale infrastructuur voor migranten en fungeren als communicatiekanalen – als spreekbuis voor migranten, maar ook als intermediair en aanspreekpunt van de overheid waar deze migranten wil bereiken. Bij het slechten van taal- en cultuurbarrières blijken de voorgangers van de kerken niet zelden een cruciale schakel te vormen.10xH. Euser, K. Goossen, M. de Vries & S. Wartena, Migranten in Mokum; de betekenis van migrantenkerken voor de stad Amsterdam, Amsterdam 2006; J. van der Sar, Van harte!, Utrecht 2004; J. van der Sar & T. Schoemaker, De Hofstad. Een cadeautje aan de samenleving, Utrecht/Apeldoorn 2003; J. van der Sar & R. Visser, Gratis en waardevol, Rotterdam/Den Haag 2006.

    • 7 Nieuwe spiritualiteit

      Tussen hemel en aarde bevindt zich, dat is bekend, meer dan men misschien in zijn wijsheid zou vermoeden. Als vierde ontwikkeling noem ik de verbreiding van wat tot voor kort werd aangeduid als de new age-stroming en wat vandaag de dag door het leven gaat als ‘nieuwe spiritualiteit’.11xVoor ons land is een aantal kenmerken hiervan bijeengebracht en geanalyseerd in: J. de Hart, ‘Postmoderne spiritualiteit’, in: Bernts e.a. 2007, p. 118-192. Zie verder ook Becker, De Hart & Mens (1997) en bijv. P. Heelas, The new age movement, Oxford 1996; ibid., Spiritualities of life, Oxford 2008; P. Heelas & L. Woodhead, The spiritual revolution, Oxford 2005. Al enige tijd ontwikkelt de religiositeit van de Nederlanders zich van vaststaande antwoorden naar open vragen. Moderne spiritualiteit moet bovendien bij voorkeur portable zijn. Net als veel moderne elektronica is zij onder andere zo populair vanwege dat wat zij niet heeft: een vast stopcontact en een snoer dat de beweging aan banden legt. De sociale basis is vrij diffuus en de omloopsnelheid groot – er wordt druk geswitcht van onderdeel naar onderdeel. Dikwijls is betoogd dat de nieuwe spirituele interesse narcistische trekken vertoont en gepaard gaat met weinig sociaal engagement.12xZo heeft de huidige paus zijn vrees uitgesproken voor een ‘spiritueel narcisme’ dat ertoe kan bijdragen dat het aantal mensen dat ‘eet aan de tafel der mensheid’ afneemt. Zie: www.vatican.va/roman_curia/pontifical_councils/interelg/documents/rc_pc_interelg_doc_20030203_new-age_en.html; citaat uit T. Todorov, Il nuovo disordine mondiale – riflessioni di un cittadino europeo, Milaan: Garzanti 2003, p. 6. Dat is waarschijnlijk wat overhaast geconcludeerd en doorgaans alleen gebaseerd op een analyse van het officiële ideeëngoed of de visie van de professionals (auteurs, therapeuten, cursusleiders) uit het milieu. Gelet op de individuele leden of belangstellenden ontstaat een ander beeld. Nederlanders die tot de intensieve consumenten van new age-producten behoren, lijken in uiteenlopende opzichten niet minder sociaal bewogen of scrupuleus, niet minder betrokken bij vrijwilligerswerk en niet minder politiek actief dan de gemiddelde Nederlander of het gemiddelde kerklid.13xBecker e.a. (1997); De Hart (2009). Ook binnen het alternatieve milieu is het overigens niet koekoek één zang. Er vallen allerlei groepen (of tradities) te onderscheiden (zoals esoterici, therapeutisch geïnteresseerden, alternatieve leefgemeenschappen, maatschappijhervormers) met uiteenlopende maatschappelijke en politieke affiniteiten. Zeker waar het gaat om bezorgdheid om het milieu, milieuactivisme en donaties aan milieuvriendelijke organisaties behoren zij juist tot de meest geëngageerden. Het gaat hier niet slechts om een vercommercialiseerde wegwerpspiritualiteit. Toch lijken de sociale incoherentie, de ideologische vrijblijvendheid en het eclecticisme van dergelijke manifestaties van de hedendaagse drang naar zelfontplooiing geen gunstige voorwaarden te scheppen voor de opbouw van sociaal kapitaal.

    Noten

    • 1 Parerga und Paralipomena II. Kap. XV: Über Religion, §182. Bijv. in: A. Schopenhauer, Auswahl aus seinen Schriften, München 1962, p. 109.

    • 2 J. de Hart & P. Dekker, ‘Churches as voluntary associations: their contribution to democracy as a public voice and source of social and political involvement’, in: S. Roßteutscher (Ed.), Democracy and the Role of Associations. Political, organizational and Social Contexts, Londen/New York 2005, p. 168-196; ibid., ‘Von der Lebensgrundlage zur Dienstleistung: Religion, öffentliche Moral und soziales Engagement in den Niederlanden’, in: A. Bauerkämper & J. Nautz (Hrsg.), Zwischen Fürsorge und Seelsorge. Christliche Kirchen in den europäischen Zivilgesellschaften seit dem 18. Jahrhundert, Frankfurt am Main 2009, p. 287-316; J. de Hart, ‘De toekomst van het verleden; over religieuze veranderingen in een geseculariseerd land’, in: C. van Halen, M. Prins & R. van Uden (red.), Religie doen: religieus handelen in tijden van individualisering, Tilburg 2009, p. 15-28; vgl. ibid., ‘Kerk en parochie als bron van sociaal kapitaal’, in: C. Sterkens & J. van der Meer (red.), Kerk aan de stadsrand, Budel 2004, p. 167-189.

    • 3 Zie P. Dekker & J. de Hart, ‘Kerkgangers, investeerders in de civil society’, in: Investeren in vermogen. Sociaal en cultureel rapport 2006, Den Haag 2006, p. 317-338.

    • 4 Ibid.

    • 5 S. Verba, K. Lehman Schlozman & H.E. Brady, Voice and equality, Cambridge (MA) 1995.

    • 6 Zie: G.H.L Zeegers, G. Dekker & J.W.M. Peters, God in Nederland, Amsterdam 1967; W. Goddijn, H. Smets & G. van Tillo, Opnieuw: God in Nederland, Amsterdam 1979; G. Dekker, J. Peters & J. de Hart, God in Nederland 1966-1996, Amsterdam 1997; T. Bernts, G. Dekker & J. de Hart, God in Nederland 1966-2006, Kampen 2007. Vgl.: J. Becker & J. de Hart, Godsdienstige veranderingen in Nederland, Den Haag 2006.

    • 7 Uitvoeriger hierover o.a. P. Dekker & J. de Hart, ‘Het zout der aarde: een analyse van de samenhang tussen godsdienstigheid en sociaal kapitaal in Nederland’, Sociale Wetenschappen 2002-1, p. 45-61; ibid., ‘Kerkgangers, investeerders in de civil society’, in: Investeren in vermogen. Sociaal en cultureel rapport 2006, Den Haag 2006, p. 317-338; J. de Hart & P. Dekker, ‘Kerken in de Nederlandse civil society: institutionele grondslag en individuele inspiratiebron’, in: W.B.H.J. van de Donk, A.P. Jonkers, G.J. Kronjee & R.J.J.M. Plum (red.), Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie, Amsterdam 2006, p. 139-170; J. de Hart & P. Dekker, ‘Religie als bron van sociaal engagement en moraliteit’, in: M. ter Borg, E. Borgman, M. Buitelaar, Y. Kuiper & R. Plum (red.), Handboek religie in Nederland: Perspectief – overzicht – debat, Zoetermeer 2008, p. 495-516; J. de Hart, ‘Religieuze groepen en sociale cohesie’, in: P. Schnabel, J. de Hart & R. Bijl (red.), Betrekkelijke betrokkenheid; sociaal en cultureel rapport 2008, Den Haag 2008, p. 389-418.

    • 8 J. de Hart, ‘Religie en participatie’, in: P. Dekker & J. de Hart (red.), Vrijwilligerswerk in meervoud. Civil Society en Vrijwilligerswerk, deel 5, Den Haag 2009, p. 155-177; J. Becker & J. de Hart, Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland, Rijswijk/Den Haag 1997; vgl. Becker & De Hart (2006).

    • 9 H. Stoffels, ‘A coat of many colours: new immigrant churches in the Netherlands’, in: M. Jansen & H. Stoffels, A moving God, Zürich/Berlijn 2008, p. 13-29; M. van der Meulen & H. Stoffels, Participation of immigrant churches in Dutch civil society, Paper voor de Annual Meeting van de SSSR (Society for the Scientific Study of Religion), te Tampa (Florida), op 2-4 november 2007; M. Jansen & H. Stoffels, A moving God: immigrant churches in the Netherlands, Zürich/Berlijn 2008, p. 13-29.

    • 10 H. Euser, K. Goossen, M. de Vries & S. Wartena, Migranten in Mokum; de betekenis van migrantenkerken voor de stad Amsterdam, Amsterdam 2006; J. van der Sar, Van harte!, Utrecht 2004; J. van der Sar & T. Schoemaker, De Hofstad. Een cadeautje aan de samenleving, Utrecht/Apeldoorn 2003; J. van der Sar & R. Visser, Gratis en waardevol, Rotterdam/Den Haag 2006.

    • 11 Voor ons land is een aantal kenmerken hiervan bijeengebracht en geanalyseerd in: J. de Hart, ‘Postmoderne spiritualiteit’, in: Bernts e.a. 2007, p. 118-192. Zie verder ook Becker, De Hart & Mens (1997) en bijv. P. Heelas, The new age movement, Oxford 1996; ibid., Spiritualities of life, Oxford 2008; P. Heelas & L. Woodhead, The spiritual revolution, Oxford 2005.

    • 12 Zo heeft de huidige paus zijn vrees uitgesproken voor een ‘spiritueel narcisme’ dat ertoe kan bijdragen dat het aantal mensen dat ‘eet aan de tafel der mensheid’ afneemt. Zie: www.vatican.va/roman_curia/pontifical_councils/interelg/documents/rc_pc_interelg_doc_20030203_new-age_en.html; citaat uit T. Todorov, Il nuovo disordine mondiale – riflessioni di un cittadino europeo, Milaan: Garzanti 2003, p. 6.

    • 13 Becker e.a. (1997); De Hart (2009). Ook binnen het alternatieve milieu is het overigens niet koekoek één zang. Er vallen allerlei groepen (of tradities) te onderscheiden (zoals esoterici, therapeutisch geïnteresseerden, alternatieve leefgemeenschappen, maatschappijhervormers) met uiteenlopende maatschappelijke en politieke affiniteiten.


Print dit artikel