Tvp_omslag_large
Rss

Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade

Meer op het gebied van Burgerlijk (proces)recht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 4, 2009 Alle samenvattingen uitklappen
Artikel

De onduidelijke reikwijdte van het blokkeringsrecht: wetsvoorstel cliëntenrechten zorg biedt geen oplossing

Trefwoorden blokkeringsrecht, wetsvoorstel cliëntenrechten zorg, keuringen
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    Al sinds de invoering van de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) in 1995 is het blokkeringsrecht uit artikel 7:464 lid 2 onder b BW een onderwerp dat onderhevig is aan tegenstrijdige rechtspraak en onenigheid in de literatuur over de reikwijdte en de interpretatie van dit artikel. Zowel in letselschadezaken als daarbuiten. De (eventuele) invoering van de nieuwe Wet cliëntenrechten zorg in 2011 lijkt voor de wetgever een uitgelezen mogelijkheid om een groot aantal onduidelijkheden rondom het blokkeringsrecht te verhelderen. Uit de tekst van het huidige wetsvoorstel blijkt echter dat de wetgever deze mogelijkheid tot op heden onbenut heeft gelaten. Dat is bijzonder spijtig.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VUmc en zij maakt deel uit van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Artikel

Vergoeding van medische schade in België: het nieuwe tweesporensysteem

Trefwoorden tweesporensysteem, medische schade, foutaansprakelijkheidsrecht, no fault-systeem
Auteurs Mevrouw mr. E. de Kezel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden kort de ontwikkelingen geschetst die het medisch aansprakelijkheidsrecht in België heeft ondergaan en wellicht nog zal ondergaan. In België ligt het foutaansprakelijkheidsrecht als systeem tot vergoeding van medische schade reeds lang onder vuur. Door de Wet van 15 mei 2007 werd het klassieke foutaansprakelijkheidsrecht als vergoedingssysteem voor medische schade afgeschaft en werd er een nieuw vergoedingssysteem ingevoerd, waarbij de fout als grondvoorwaarde tot de vergoeding wordt geschrapt (het zogenoemde ‘no fault’-systeem). Hoewel de inwerkingtreding voorzien was voor 1 januari 2008, is dit systeem nooit in werking getreden. Op 23 oktober 2008 besliste de federale ministerraad om de nieuwe ingevoerde no fault-regeling te herzien en te vervangen door een foutloze aansprakelijkheidsregeling, geïnspireerd door het Franse systeem (tweesporensysteem). Tegelijkertijd werd beslist om het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, het KCE, te belasten met een studieopdracht om de kostprijs te ramen van een dergelijk systeem in België. De inwerkingtreding van de no fault-Wet van 15 mei 2007 werd, in afwachting daarvan, voor de tweede maal uitgesteld voor onbepaalde tijd, via een bepaling in de Wet houdende diverse bepalingen (I) van 22 december 2008. De zet die de procedure inzake de geschillen over het toepassingsgebied van de no fault-Wet regelde (Wet inzake de regeling van geschillen van 15 mei 2007) werd eveneens voor de tweede maal uitgesteld, via een bepaling opgenomen in de Wet houdende diverse bepalingen (II) van 22 december 2008. Op dit moment speelt dus nog steeds het ‘klassieke’ foutaansprakelijkheidsrecht.


Mevrouw mr. E. de Kezel
Mw. mr. E. de Kezel is docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht, Vrij Wetenschappelijk Medewerker aan het Centrum voor Verbintenissenrecht van de Universiteit Gent, en advocaat bij Stibbe aan de Balie te Brussel.
Jurisprudentie

Shockschade

Hof Arnhem 26 mei 2009, LJN BJ0871

Trefwoorden shockschade, Taxibus-arrest, Taxibusleer
Auteurs Mr. J. Wildeboer
SamenvattingAuteursinformatie

    Appellant heeft op 22 juni 2003 zijn echtgenote om het leven gebracht. Zij was de dochter van geïntimeerde. Appellant is bij onherroepelijk vonnis van 2 juli 2004 door de Rechtbank Arnhem (strafrechter) veroordeeld wegens het plegen van moord. Blijkens dit vonnis heeft appellant zijn echtgenote eerst versuft met ether en haar vervolgens met meer dan tachtig messteken om het leven gebracht. Geïntimeerde had zich in deze strafzaak als civiele partij gevoegd, maar was in die voeging in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard.=


Mr. J. Wildeboer
Mr.J. Wildeboer is managing partner bij Wybenga Wildenboer Van den Puttelaar.

    In Actualiteiten wordt verslag uitgebracht van actuele ontwikkelingen.