Jv_0167-5850_2024_050_001_covr
Rss

Justitiële verkenningen

Meer op het gebied van Criminologie en veiligheid

Over dit tijdschrift  

Meld u zich hier aan voor de attendering op dit tijdschrift zodat u direct een mail ontvangt als er een nieuw digitaal nummer is verschenen en u de artikelen online kunt lezen.

Aflevering 5, 2011 Alle samenvattingen uitklappen
Redactioneel

Voorwoord

Auteurs Marit Scheepmaker

Marit Scheepmaker
Artikel

Actief volwassen worden

Een verklaring voor de daling in criminaliteit onder jonge volwassenen

Auteurs A.E. Bottoms
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses some initial findings from the qualitative part of the Sheffield Desistance Study. The aim of the study was to explain the crime drop in early adulthood by tracking the progress of 113 young male offenders towards desistance from crime. The author stresses the importance of getting a better understanding of how criminal careers are shaped by the broader aspects of the experience of young adulthood. The findings are illustrated by four different case studies, followed by some theoretical reflections on the concept of ‘active maturation’. This is clarified by a model categorising some of the processes that individuals go through as they start taking steps towards desistance.


A.E. Bottoms
Prof. Anthony Bottoms is emeritus hoogleraar criminologie aan de universiteiten van Cambridge en Sheffield. Dit essay is een bewerkte versie van een plenaire lezing die tijdens het NVK Congres in Leiden in juni 2011 is gegeven. De auteur is de NVK zeer erkentelijk voor de uitnodiging om het congres toe te spreken.

    This article is based on the author's recent doctorate thesis Working their way into adulthood, which analyses the role of employment in delinquent development in 270 high-risk males from age 18 to 32. Prior to age 18 all men had undergone residential treatment for serious problem behaviour in a juvenile justice institution in the Netherlands. Although recidivism is high, most juveniles desist in their mid-20s, and even high-frequency chronic offenders show declined levels of criminality around age 30. Why do some offenders desist from offending, while others continue? Part of this variation is explained by personality and background characteristics. Over and above these factors, employment is significantly related to a decrease in offending. This paper further analyses the relationship between employment and crime.


V. van der Geest
Dr. Victor van der Geest is universitair docent bij de sectie criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Hij promoveerde afgelopen mei op het proefschrift Working their way into adulthood. Voor dit onderzoek, waarop dit artikel is gebaseerd, volgde hij een groep van 270 jongens in de leeftijd van 12 tot 32 jaar, die begin jaren negentig behandeld werden in een justitiële jeugdinrichting.
Artikel

Stoppen met crimineel gedrag

Een kwalitatief, longitudinaal onderzoek naar Marokkaanse en Nederlandse mannen met een crimineel verleden

Auteurs H. Werdmölder
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is a first report on the longitudinal study of forty Moroccan and Dutch criminal men. The research was started in 1982. The author returned to the subject in 1988. In 2008, the author started a new research project with the same men.
    The focus of this article is on the process of desistance. Ten men already ended their criminal period in the late eighties (the ‘early desisters’). In between time, two of them relapsed. Nine men can be called ‘late desisters’. They had many more obstacles to face in their re-integration, such as long-term employment and addiction to hard drugs. The combination of getting regular work, marriage and a permanent place of living is very effective in the process of desistance. But in the end, personal qualities, such as discipline, taking up responsibility and motivation, will be decisive.


H. Werdmölder
Dr. Hans Werdmölder is als lector Jeugd en Veiligheid werkzaam aan het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool in Brabant en als universitair hoofddocent verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Dit artikel kwam mede tot stand dankzij een verblijf van een half jaar aan het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS) te Wassenaar en een subsidiëring van het Fonds Bijzondere Journalistieke Producties (www.fondsbjp.nl).
Artikel

What Works en What goes Wrong?

Over evidence-based beleid in de dagelijkse praktijk

Auteurs M. van Ooyen-Houben, C.N. Nas en J. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands a system of evidence-based interventions was set up, in which only behavioural interventions which meet the scientifically proven ‘What Works’ criteria can be applied to well-defined categories of offenders. An accreditation commission was installed by the ministry of Security and Justice to test behavioural interventions. One of the crucial elements of this evidence-based policy is that the interventions are carried out according to protocol and are applied to the target group by well-trained personnel. This, however, is a problem in practice. Reasons for the low intervention integrity lie among others in lack of support and lead in the organisation and low inflow of participants. The integrity problems pose a risk to the effectiveness of behavioural interventions. Literature suggests that a 100% compliance to protocols might be necessary nor desirable. Causes that lie in the organisation could be improved and the implementation process could be given some more time. Evidence-based policy is not that easy to carry out in daily practice. The future will show whether the goal of a reduction of criminal recidivism will be realized.


M. van Ooyen-Houben
Dr. Marianne van Ooyen-Houben is werkzaam bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is tevens verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam/Criminologie en Maastricht University/Top Institute for Evidence Based Education Research.

C.N. Nas
Dr. Coralijn Nas is werkzaam bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

J. Mulder
Dr. Juul Mulder is werkzaam bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Kunstprojecten en What Works

Een stimulans voor desistance?

Auteurs F. McNeill, K. Anderson, S. Colvin e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper draws principally on a literature review that explored the question of whether arts projects in prisons can support desistance from crime. The review, which aimed to connect the literatures on arts projects in prisons, on learning in prisons and on desistance from crime, was undertaken to support the evaluation of a major arts initiative in Scottish Prisons - Inspiring Change - which took place during 2010. A brief summary of the findings of the evaluation is also provided. The paper concludes that while it is unreasonable and unrealistic to expect arts projects to ‘produce’ desistance, there is evidence that they can play a vital role in enabling prisoners to imagine and to embark on the desistance process.


F. McNeill
Prof. Fergus McNeill is als hoogleraar Criminologie en sociaal werk verbonden aan de Universiteit van Glasgow.

K. Anderson
Dr. Kirstin Anderson is als postgraduate student Muziekeducatie verbonden aan de Universiteit van Edinburgh.

S. Colvin
Prof. Sarah Colvin is als hoogleraar Duitslandkunde verbonden aan de Universiteit van Birmingham.

K. Overy
Dr. Katie Overy werkt bij de Universiteit van Edinburgh als universitair docent Muziekeducatie.

R. Sparks
Dr. Richard Sparks werkt bij de Universiteit van Edinburgh als hoogleraar Criminologie.

L. Tett
Dr. Lyn Tett werkt bij de Universiteit van Edinburgh als hoogleraar Gemeenschapseducatie en levenslang leren.
Artikel

Familierelaties en het stoppen met misdaad

Aangrijpingspunten voor het reclasseringswerk

Auteurs B. Vogelvang
SamenvattingAuteursinformatie

    Various criminologists describe family and partner relationships as forms of social capital. Also research shows that many delinquents say they have generally good relations with their family. Instead of focusing only on the delinquent's individual responsibility and risk factors, probation work should pay more attention to the protective aspects of the former convict's social environment. The author presents a framework, based on the work of the family therapist Nagy, that provides probations workers with the tools to involve the delinquent's family members in the process towards desistance.


B. Vogelvang
Dr. Bas Vogelvang is als lector Reclassering en Veiligheidsbeleid verbonden aan het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool te Den Bosch. Hij is tevens als expertadviseur werkzaam bij Adviesbureau Van Montfoort. Dit artikel is gebaseerd op het hoofdstuk ‘Justice for all: Family matters in offender supervision’ (Vogelvang en Van Alphen, 2011).
Recent

Internetsites

Agenda

Congresagenda