1573806x_omslag108px
Rss

StAB

Meer op het gebied van Bestuursrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 1, 2015 Alle samenvattingen uitklappen
Artikel

Wanneer is sprake van (voldoende) concreet zicht op legalisering?

Een overzicht aan de hand van recente jurisprudentie

Auteurs Mr. C.M.M. van Mil en Mr. P.C. Cup
Auteursinformatie

Mr. C.M.M. van Mil
Beide auteurs zijn lid van de Werkgroep Jurisprudentie van de Vereniging voor Milieurecht. Chantal van Mil is advocaat bij KienhuisHoving N.V.

Mr. P.C. Cup

    Ook een lozing van verontreinigd bluswater op een sloot via een afvoerput van een ander bedrijf wordt aangemerkt als een lozing gereguleerd op grond van de Waterwet. Deze lozing kan worden toegerekend aan de curator.


H.F.M.W. van Rijswick

    De activiteit vindt plaats in de nabijheid van een EHS/Natura 2000-gebied. Het college heeft terecht een milieueffectrapportage verlangd.

    Bij bepalen terugverdientijd van energiebesparende maatregelen mag niet worden geabstraheerd van bedrijfsspecifieke omstandigheden.

    Appellante is geen belanghebbende nu niet aannemelijk is dat zij – naar objectieve maatstaven gemeten – hinder van enige betekenis ondervindt.


Valérie van ’t Lam

    Vergunningaanvraagster blijft verantwoordelijk voor de vorm en inrichting van mitigerende maatregelen met betrekking tot een Natura 2000-gebied.

    Het Besluit huisvesting verplicht niet tot een reductie van de ammoniakemissie op bedrijfsniveau.

    Afgewerkte olie in dit geval geen afvalstof. Uit gedrag van de houder blijkt niet dat hij voornemens is zich van de olie te ontdoen.

    Elektrovissen op de aal in het Zwarte Meer leidt tot het opzettelijk verontrusten (art. 10 Ffw) van andere – beschermde – vissen. Bovendien was er aanleiding om zelfstandig onderzoek te doen naar de effecten (art. 9 Ffw) van elektrovissen op beschermde vissoorten.


Marieke Kaajan

    Verkeersveiligheid is geen te beschermen belang in het kader van de WMB/Wabo.

    De exploitant van de inrichting moet in de gelegenheid worden gesteld om aan te tonen dat de energiebesparende maatregel in zijn geval niet binnen vijf jaar is terug te verdienen.

    Of sprake is van onduldbare geluidshinder van een evenement dient te worden beoordeeld aan de hand van het geheel van omstandigheden. Daarbij dient niet slechts het criterium spraakverstaanbaarheid maar ook de duur van de geluidshinder en de intensiteit van het geluid te worden betrokken.

    Het bevoegd gezag kan volstaan met het toesturen van het ontwerpbesluit naar de gemachtigde.

    Verweerder heeft de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen ten onrechte niet bij het besluit betrokken.

    Vanwege het onoverzichtelijke vergunningenbestand is terecht een revisievergunning verlangd.


Marieke Kaajan

    Bestemmingsplan, persoonsgebonden overgangsrecht of uitsterfregeling.


Daniëlle Roelands-Fransen

    Bestemmingsplan Buitengebied 2011, tussenuitspraak en aanvullen beroepsgronden, overgangsrecht, positief bestemmen of uitsterfregeling.


Daniëlle Roelands-Fransen

    Overtreding niet van geringe aard en ernst. Afzien van handhaving.


Tycho Lam

    Permanente bewoning recreatiewoning. Overgangsrecht. Gedoogbeschikking.

    Ontheffing provinciale verordening. Ontvankelijkheid. Geconcentreerde rechtsbescherming bij een verleende ontheffing.

    Rijksmonument. Perronoverkappingen. Onlosmakelijk geheel.

    Horeca. Geluidhinder. Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Activiteitenbesluit. Maatwerkvoorschriften.

    Reactieve aanwijzing. Termijnen.

    Bedrijventerrein. VNG-brochure. Zonering. Woningen op industrieterrein. Woonboten. Persoonsgebonden overgangsrecht. Geluid en externe veiligheid.

    De regeling in het Bor voor een dakkapel, dakopbouw en dergelijke geldt als ‘specialis’ ten opzichte van de regeling voor bijbehorende bouwwerken.

    Plattelandswoning. Geurgevoelig object. Systematiek Wabo en Wgv. Bescherming derdenbewoning.


Tonny Nijmeijer

    Omgevingsvergunning voor nieuwbouw en toepassing van artikel 4 van bijlage II van het Bor.

    Aanwijzing tot gemeentelijk monument. Problemen herontwikkeling. Onderzoek alternatieve mogelijkheden zinvol hergebruik.

    Uitbreiding varkenshouderij en oprichting vleeskuikenhouderij en bio-energiecentrale. Geen onlosmakelijke samenhang. Passende beoordeling. Gevolgen voor niet in Nederland gelegen natuurgebieden. Gevolgen per project. Gezondheid.

    Relativiteit. Plattelandswoning. Beoordeling luchtkwaliteit.

    Voorzienbaarheid. Voorwaarden concreet beleidsvoornemen.


Berthy van den Broek

    Dat de bouw van een woon-zorgcomplex als een normale maatschappelijke ontwikkeling is aan te merken, betekent niet dat de planologische ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag.

    Onroerende zaak waar de aanvraag om tegemoetkoming in planschade betrekking op heeft.