Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Prof. mr. J.B.H.M. (Joep) Simmelink en prof. mr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin, 'Strafrechtelijk onderzoek anno 2022', Boom Strafblad 2022-6, p. 226-227

Dit artikel wordt geciteerd in

      Wetenschappelijk strafrechtelijk onderzoek voltrekt zich meestal in stilte. In de studeerkamer wordt gebroed op een artikel of groter onderzoeksproject en na verloop van tijd kan het publiek in een tijdschrift of in een proefschrift kennisnemen van de inspanningen van de onderzoeker. Tijdschriftartikelen vinden makkelijk hun weg richting lezerspubliek. Voor proefschriften ligt dat anders. De vaste schare lezers daarvan is vaak beperkt tot de leescommissie die het proefschrift moet goedkeuren, een kleine kring geïnteresseerde collega’s en een door een redactie van een tijdschrift uitgenodigde recensent die zijn oordeel over de inhoud en kwaliteit van het proefschrift mag uitspreken. Dat is niet alleen spijtig voor de onderzoeker die jaren heeft besteed aan het wetenschappelijke werk, maar vooral ook voor betrokkenen bij de strafrechtspleging. Door de beperkte kennisneming van proefschriften vinden belangrijke inzichten maar moeizaam hun weg buiten de academische kring.

      Om breder bekendheid te geven aan belangrijk universitair onderzoek op het gebied van het strafrecht, was ­aflevering 2017/6 van Strafblad gewijd aan ‘De staat van het strafrechtelijk onderzoek’. In die aflevering werd aan jonge strafrechtjuristen een podium geboden om bekendheid te geven aan hun destijds in uitvoering zijnde promotieonderzoek. In twintig bijdragen kon de lezer van het tijdschrift kennisnemen van onderzoeksprojecten in de volle breedte van het vakgebied: materieel strafrecht, strafprocesrecht, internationaal en Europees strafrecht, bijzonder strafrecht, sanctierecht en criminologie. Als met de lijst van auteurs in de hand langs de boekenkast wordt gelopen, kan worden geconstateerd dat de uiteenlopende onderzoeksprojecten vele mooie proefschriften hebben opgeleverd. Daaronder bevinden zich proefschriften die het judicium ‘cum laude’ hebben meegekregen, dan wel nadien zijn bekroond met prijzen, zoals de Moddermanprijs.

      De redactie vond dat het na vijf jaar tijd is voor een herhaling. Met de in 2017 gepresenteerde onderzoeksprojecten is het universitaire onderzoek niet tot stilstand gekomen. Integendeel, er zijn weer vele nieuwe projecten opgestart. Om daar opnieuw een beeld van te geven, is wederom aan jonge onderzoekers van Nederlandse universiteiten, met inbegrip van de Universiteit van ­Aruba, en Vlaamse universiteiten de vraag gesteld of zij door middel van een korte bijdrage de lezers van Boom Strafblad deelgenoot willen maken van hun promotieonderzoek. Net als vijf jaar geleden heeft deze oproep twintig bijdragen opgeleverd, waarin de auteurs met ­enthousiasme het onderzoeksthema uit de doeken doen. Het laat zien dat deze onderzoekers met toewijding ­belangrijke jaren van hun loopbaan wijden aan fundamenteel onderzoek naar de uiteenlopende thematiek die het strafrecht en de strafrechtspleging rijk is. Door de bijdragen bladerend, kan weer worden vastgesteld dat het geheel niet alleen de breedheid en veelzijdigheid van het strafrechtelijk onderzoek weerspiegelt, maar dat ook de verbinding tussen het strafrecht en andere zowel ­juridische als niet-juridische disciplines tot uiting komt. Het maakt bovendien duidelijk waar de vraagstukken op het terrein van de strafrechtswetenschap anno 2022 liggen. Weten dat daarnaar onderzoek wordt verricht, is voor iedere strafrechtbeoefenaar van belang zodat ­zowel wetenschap als praktijk daarop verder kunnen bouwen. Met dit themanummer hopen wij als redactie een bijdrage te leveren aan het vergroten van de bekendheid van het belangrijke wetenschappelijk onderzoek dat thans op het terrein van het strafrecht en de strafrechtspleging wordt verricht.

      Net als in 2017 werd gezegd: deze aflevering van het tijdschrift geeft een fraai inzicht in de rijkdom van het promotieonderzoek dat aan de verschillende rechten­faculteiten wordt verricht. Hopelijk kan over vijf jaar ­opnieuw worden geconstateerd dat de verschillende ­onderzoeksprojecten fraaie en belangrijke proefschriften hebben opgeleverd, die de onderzoekers met trots in de universitaire aula hebben kunnen verdedigen.


Print dit artikel